Categoriearchief: Uncategorized

Verantwoordelijk werk

Deze week heb ik mijn eindopdracht afgerond voor de HBO-opleiding Fotoreflectie, richting recensent-rondleider. Hiervoor heb ik een recensie geschreven over een fototentoonstelling die voldoet aan de richtlijnen van dagblad De Gelderlander.

Dertig jaar geleden werkte ik als verslaggever voor dagblad De Graafschapbode in Doetinchem (toen concurrent van De Gelderlander, een aantal jaren geleden door die krant ingelijfd). Bij het schrijven van de recensie werd ik mij er van bewust dat je met andere spelregels te maken hebt dan 30 jaar geleden. Toen kon je je nog wel een miskleun (of laten we zeggen een minder gelukkige bespreking) permitteren. Door de beperkte verspreiding van een regionale krant en de beperkte houdbaarheid was het leed na een paar dagen wel geleden. Krant in de prullenbak, recensie vergeten.
In dit internetperk blijft iedere bespreking echter altijd vindbaar. Daardoor heeft de recensent een veel zwaardere verantwoordelijkheid tegenover de kunstenaar. Die kan zijn leven lang achtervolgd worden door een negatieve bespreking.
Maar ook omwille van je eigen autoriteit moet je verantwoord te werk gaan. Een ongenuanceerde of zelfs foute bespreking kan jezelf als recensent ook in de weg blijven zitten.

Als ik dat zo opschrijf bekruipt mij nog een gedachte: zoekmachines koppelen de kunstenaar via een recensie voor eeuwig aan de recensent (of een blogger, een forumdiscussieerder), of je dat nu wilt of niet. Dat kan heel nadelig zijn voor je imago.

En omgekeerd zou je als internetgebruiker jezelf dus ook kunnen profileren door van alles van bepaalde kunstenaars te gaan vinden. Of zou dat laatste niet zo eenvoudig zijn? Zouden zoekmachines daar doorheen prikken?
Op 21 juni publiceerde ik een stukje over de expositie van Elspeth Diederix in museum Jan Cunen in Oss. Als ik met Google zoek op ‘Elspeth Diederix’ dan vind ik mijn bijdrage niet terug in de eerste 450 hits. Erg teleurstellend.
Maar als ik nu de zoekopdracht verander in ‘Elspeth Diederix Oss’? Ja: op plaats 15. Vier plaatsen hoger zelfs dan de recensie van Volkskrant-recensent Merel Bem. En nu ik Merel Bem en De Volkskrant in dit stukje alweer twee keer heb gemeld stijgt mijn autoriteit al weer een beetje. Zou het echt zo werken?

Eerste cursisten Fotoreflectie afgestudeerd

Zaterdag 27 juni studeerden de eerste zeven cursisten van de gecertificeerde HBO-leergang Fotoreflectie (waaronder ikzelf) af aan de Fotovakschool. Dat gebeurde tijdens een openbare presentatie van afstudeeropdrachten door de cursisten.

Fotoreflectie is de eerste en enige HBO-opleiding die opleidt in het spreken (en schrijven) over en bespreken van foto’s. De leergang is een initiatief van de Fotobond, Kunstfactor, het Nederlands Fotomuseum, de Beeldfabriek en de Fotovakschool.

Ik heb de specialisatie Docent afgerond met een cursus over het bespreken en interpreteren van foto’s. In deze vier avonden durende cursus wordt ingegaan op de belangrijkste beeldelementen die in besprekingen aan bod kunnen komen. Het programma is heel afwisselend en bevat theorie, oefeningen, inspirerende huiswerkopdrachten en leuke presentaties. De deelnemers aan mijn cursus (leden van Fotokring De Liemers in Zevenaar) waren erg enthousiast, en tijdens mijn presentatie aan de Fotovakschool kreeg ik hier ook veel waardering voor.


Ondertekening van het certificaat door FVS-coördinator Tom Meerman rechts). Docent Pieter van Leeuwen (midden) kijkt toe.

Drie keer nee (in één weekend)

In het afgelopen weekend ben ik er drie keer op aangesproken dat ik foto’s stond te maken. Ik was zaterdag met een vriend in Duisburg en we liepen wat architectuur en reflecties te fotograferen in een winkelcentrum toen een vriendelijke mevrouw mij kwam vragen wat wij fotografeerden, omdat fotograferen niet toegestaan was. Na uitleg dat het ons niet om de mensen ging maar om het gebouw en het licht was het wel OK, maar geen mensen en geen winkelinterieurs bitte.

Even later reden we over een industrieterrein de buurt van de Innenhafen (de grootste binnenhaven van West-Europa zegt men) toen we hinderlijk gevolgd werden door een busje van een bewakingsdienst. Geen idee hoe ze ons zo snel hadden opgemerkt.

En op zondag was ik in museum Jan Cunen in Oss. Van tevoren de website bekeken: alleen fotograferen met statief of flits was verboden. Toch werd ik er op aangesproken (ook weer heel vriendelijk) dat fotograferen tijdens de expo van fotografe Elspeth Diederix niet was toegestaan. Best, maar al haar foto’s staan op haar website www.elspethdiederix.com. Daar kun je ze gewoon downloaden.

Waar komt deze opwinding vandaan? Wat doen fotografen verkeerd, waarom die achterdocht? Waarom zet iedereen zijn hele hebben en houwen op Hyves en Facebook, maar discussiëren we anoniem op webfora. Waarom delen we ons complete inkoopgedrag met Albert Heijn via de airmilespas maar is het een bezwaar als je in de openbare ruimte een keer gefotografeerd wordt? Of zijn fotografen inmiddels wel heel erg opdringerig en alomtegenwoordig?

Helium in de woestijn

‘Mijn droom is dat ik dit kan blijven doen. Dat ik kan blijven reizen en foto’s kan maken’. Een citaat uit de documentaire van het tv-programma Hollands Zicht over Elspeth Diederix, die tot eind juni 2009 vertoond wordt in museum Jan Cunen in Oss.
De documentaire geeft toelichting bij de eerste museale solotentoonstelling van de Amsterdamse fotografe. In de expositie worden we meegenomen in Elspeths droom. Fascinerende foto’s die door de museale presentatie in de fraaie museumvilla goed tot hun recht komen.
De in de Bovenkamer (schitterende naam voor een zolderkamer waar een inkijkje gegeven wordt in de beweegredenen en werkwijzen van de kunstenaar) vertoonde video laat Elspeth Diederix uitgebreid aan het woord. Zonder hoge pretenties en met veel enthousiasme vertelt zij over haar manier van werken.
Hilarisch is de tocht door de Sinaï-woestijn. Voor een opdracht van de Rabobank wilde ze een foto maken van een soort mobiel, tegen een bergachtige achtergrond. De Sinaï gaf haar het landschap dat ze zocht. En uit een eerder project wist ze dat je voorwerpen kon laten zweven door ze aan met Helium gevulde ballonnen op te hangen. Dus zocht ze een bedrijf dat de ballonnen kon vullen, bond de enorme gasgevulde ballonnen op de imperial en ging naar de plaats van de opname. Dat leverde fantastische absurde filmbeelden op van een kunstenares die weliswaar heel inventief maar ook een beetje onpraktisch te werk gaat.
Maar de foto’s zijn prachtig. Niet te zien in Oss helaas, maar wel op haar website: //www.elspethdiederix.com/ (ga naar commissions/Rabobank).

Wel in Oss: een zaal die van boven tot onder behangen is met kleine foto’s die laten zien hoe Elspeth Diederix met haar fotografie bezig is. Een aanstekelijke zoektocht, die leidt tot niet meer dan ongeveer zes foto’s per jaar die zij echt de moeite waard vind om aan haar oeuvre toe te voegen. Het is een geweldige vondst van met museum om dit zo aan het publiek te tonen. Deze zaal en de videopresentatie maken een bezoek aan Jan Cunen al de moeite waard.

Rineke’s wereld is niet mooi 3

In dit bericht heb ik mijn ‘methode’ uit ‘Rineke’s wereld is niet mooi 2’ toegepast op mijn opinie in de eerste ‘recensie’.

De grootformaatcamera die Rineke Dijkstra gebruikt, schept afstand tot de geportretteerde en legt alle details haarscherp vast. Daardoor zien we scherper en objectiever. En wat we objectief zien in haar foto’s is niet bepaald mooi. Rineke Dijkstra geeft met de uit drie foto’s bestaande serie ‘New mothers’ een ontnuchterende kijk op jong moederschap, die geheel in tegenspraak is met de roze wolk waarin we zouden moeten geloven.

‘New mothers’ bestaat uit drie foto’s van jonge vrouwen met hun pasgeboren baby, respectievelijk genomen een uur, een dag en een week na de geboorte. De vrouwen zijn tegen een neutrale witte wand geplaatst, de vloer wijkt duidelijk af in de drie foto’s. De vrouwen kijken niet zielsgelukkig, maar ook niet gekweld. De eerste vrouw toont misschien wel een begin van een glimlachje, ook al is er geen contact met de fotograaf en ook niet met de kijker.
De foto’s zijn detailrijk, een vrouw draagt een doorzichtig gazen ziekenhuisbroekje aan waardoor een verband te zien is. Een van de vrouwen heeft een litteken van een keizersnede.
In alledrie de foto’s lijkt de camera op buikhoogte te staan. De uitlichting van de scènes verschilt in lichtverdeling en lichtkleur. De hoote van de plint in de eerste en tweede foto is gelijk, maar de verhouding tot de modellen verschilt; de fotograaf heeft niet dezelfde afstand aangehouden.

Zwangerschap en bevalling horen bij de meest ingrijpende gebeurtenissen in een mensenleven. De jonge ouders worden geacht te leven op/in een roze wolk. Maar als je wat langer naar deze ‘objectieve’ foto’s kijkt, zie je dat er van een roze wolk geen sprake is.Wat je feitelijk ziet sluit helemaal niet aan op de (veronderstelde, geromantiseerde) gevoelens rond het krijgen van kinderen. Het ziet er eigenlijk best wel een beetje lelijk uit. Daar staan dan drie vrouwen, een beetje ontheemd, met hun pasgeborene: ik ga hier wel staan maar ik weet het ook niet zo goed. Maar dat is dan wel wat deze objectiverende fotografie overtuigend overbrengt: wat je feitelijk ziet sluit niet aan bij wat je denkt te gaan zien. Door dat besef zijn de foto’s onthullend en confronterend: je vraagt je af of je andere situaties ook zo’n kloof ziet tussen perceptie en het objectief zichtbare.

Dat neemt niet weg dat ze toch best lelijk gemaakt zijn. De modellen staan ontredderd voor de witte wand, de fotograaf heeft niet overal dezelfde afstand tot de modellen waardoor de verhoudingen niet helemaal kloppen en de vloeren zijn lelijk en trekken veel aandacht. Verder zijn er details als een fractie van een vensterbank en een radiator die niet meewerken. Als nauwkeurig werken een kenmerk is van grootformaatfotografie, dan zie ik dat hier niet terug.
Wel is duidelijk dat de grootformaatcamera afstand schept tussen fotograaf en model. Daardoor zoekt en krijgt het model een eigen uitdrukking los van de fotograaf. In dit geval is het een soort van leegheid. Op Dijkstra’s foto’s zie je eigenlijk alles (iedere porie en ieder vlekje, littekens en verband) maar ook helemaal niets.

Schema voor appreciatie

Na het bestuderen van een serie foto’s van Rineke Dijkstra (Zie ‘Rineke’s wereld is niet mooi 2′) bedacht ik dat er een algemeen proces zou kunnen zijn voor het (leren) appreciëren van foto’s. Dit is mijn appreciatieschema:

Dit schema lijkt mij vrij algemeen toepasbaar. Het is natuurlijk niet nieuw, want het sluit aan bij andere benaderingen als:

Wat zie ik, en waar kijk ik dan naar (Tom Meerman)
Denotatie – connotatie (Roland Barthes)
Informeren – Interpreteren – Evalueren (Pieter van Leeuwen, Terry Barrett)

Wat is de waarde? Ik heb aan de hand van een voorbeeld zelf onderzoek gepleegd en een methode ontdekt (niet bedacht) waarmee ik mijn vooroordelen aan de kant kan zetten en mijn oordeel kan aanscherpen. Dat geeft ruimte om ook tot nieuwe inzichten te komen.

Rineke’s wereld is niet mooi 2

In Rineke’s wereld is niet mooi heb ik geprobeerd mijn verhouding tot de foto’s van Rineke Dijkstra uit te diepen. Dat bracht mij tot het inzicht dat ik er toch waardering voor kan hebben, maar dat er vooral in de uitvoering dingen gebeuren die mijn irritatie opwekken. Ik had het voornemen om dit nog een keer in recensievorm beter op te schrijven. Maar dan merk ik dat de tekst gauw heel erg lang wordt. Daarom heb ik mijn proces in een schema gezet dat voorzien is van voetnoeten. Dit is mijn ‘New Mothers’-appreciatieschema, dat begint bij irritatie en via verwondering en waardering ook weer bij irritatie eindigt. Maar onderweg heb ik wel waardering gekregen voor dit werk die ik eerst niet had :


Voetnoten
[1] Mijn vooroordelen: de foto’s van Rineke Dijkstra lijken gemakkelijk gemaakt. Ze gebruikt een grootformaatcamera die kan dwingen tot exact werken, maar de opnamen lijken wat willekeurig, ze blijft heel lang met hetzelfde thema bezig, veel foto’s lijken op elkaar, de uitvoering schiet soms zichtbaar tekort.
[2] In de eerste foto zie je een jonge vrouw die een baby tegen zich aanklemt; zij is gefotografeerd een uur na de bevalling. Ze kijkt niet onvriendelijk met misschien een begin van een glimlachje. Ze heeft een doorzichtig gazen ziekenhuisbroekje aan waardoor een verband te zien is. Verder staat ze een beetje ongemakkelijk voor een witte muur die een neutrale omgeving creëert. De vloer en de deurstijl links lijken niet het gevolg van een bewuste keuze (wel in uitkadering, niet in lokatiekeuze). De schouders heeft ze opgetrokken. Ze staat er maar een beetje, er is geen contact met de fotograaf en ook niet met de kijker.
De vrouw op de tweede foto heeft haar schouders op een andere manier opgetrokken, alsof ze zich een beetje klein wil maken. Ze komt bedeesd over; het kind ligt aan haar (onzichtbare) borst. Haar buik ziet er nog heel zwanger uit, één dag na de bevalling. De hoogte van de plint is gelijk aan die op de eerste foto, maar de verhouding tussen de twee vrouwen lijkt niet te kloppen. De afstand van de fotograaf tot de modellen lijkt verschillend te zijn.
Op de derde foto staat een vrouw die een keizersnede heeft gehad, te zien aan het litteken op haar onderbuik. Het is de enige foto waar een naakte borst te zien is. De vrouw kijkt neutraal.
In alledrie de foto’s staat de camera op buikhoogte te staan. De uitlichting van de scènes verschilt in lichtverdeling en lichtkleur.
[3] Jonge ouders worden geacht te leven op/in een roze wolk. Deze ‘objectieve’ foto’s tonen ons, dat er geen roze wolk is. Wat je feitelijk ziet sluit helemaal niet aan op de (veronderstelde, geromantiseerde) gevoelens rond het krijgen van kinderen. Het ziet er eigenlijk best wel een beetje lelijk uit. Daar staan dan drie vrouwen, een beetje ontheemd, met hun pasgeborene. Niet tuttelend, niet zichtbaar gelukkig, niet opgelucht; gewoon een beetje van: ik ga hier wel staan maar ik weet het ook niet zo goed.
[4] De objectiverende benadering bewijst dat wat je feitelijk ziet totaal niet aansluit bij de gevoelens die je verondersteld wordt te hebben. Het duurt wel even voordat je dat doorhebt, maar dan gaat dit gevoel ook niet meer weg. Het besef dat beeld en werkelijkheid zo uit elkaar kunnen lopen is onthullend en confronterend. Je gaat je afvragen hoe dat in andere situaties is.
[5] De foto’s zijn best lelijk gemaakt. De modellen zijn vlak voor een neutrale witte wand geplaatst maar de vloeren zijn lelijk, de fotograaf houdt niet dezelfde afstand tot de modellen waardoor de verhoudingen verschillen en in beeld bevinden zich vreemde elementen als een stopcontact en een klein stukje vensterbank. Er wordt veel moeite gedaan, maar de laatste stappen die ervoor zorgen dat het helemaal klopt worden niet gezet. Dat geeft irritatie.

Rineke’s wereld is niet mooi……..

Ik moet mijn aversie overwinnen om iets op te gaan schrijven over de foto’s van Rineke Dijkstra. Haar foto’s komen mij namelijk voor als gemakkelijk gemaakt en ik denk aan termen als ontbreken van fotografisch vakmanschap, saai, ongeïnteresseerd. Maar als de hele kunstwereld haar foto’s apprecieert moet er wel iets meer over te vertellen zijn. En door het feit dat haar foto’s voorkomen in twee boeken die ik deze week heb gekocht (deze week is half mei 2009, de boeken zijn ‘The photograph as contemporary art’ en ‘Image makers, image takers’) voelde ik mij wel uitgedaagd er eens wat meer over na te denken.

In het eerste Moleskine-boekje dat ik ooit kocht (om precies te zijn op 15 mei 2009) heb ik een paar gedachten opgeschreven over Dijkstra’s foto’s van pas bevallen jonge vrouwen: “Lelijke foto’s, onflatteus, ik zou me voor kunnen stellen dat de jonge moeders zich misbruikt voelen. Maar hoe kun je dat ‘sans rancune’ beschrijven?”
“Met een primaire reactie als hierboven kom je er niet. Misschien gaat het beter als je het beschrijft vanuit de aanpak van de fotograaf. Objectiverende fotografie. En wat zie je dan, objectief gesproken? Ongelukkig ogende mensen, niet erg fraaie lichamen (in houding, vorm, textuur van de huid). Ze houden een pasgeborene vast alsof ze er ook geen raad mee weten; weliswaar tegen het lichaam gedrukt, hooguit min of meer beschermend, maar zeker niet teder”
.

Als ik dan weer naar de foto’s kijk (pagina 112 van ‘The photograph as contemporary art’) dan klopt die conclusie toch weer niet helemaal. Ik merk dat ik snel naar overhaaste conclusies spring als het om Rineke Dijkstra gaat.

Ik vond met Google deze drie foto’s (die samen de serie ‘New Mothers’ vormen) die ook in ‘The photograph as contemporary art’ staan. Het idee achter deze foto’s is: een uur na de bevalling, een dag na de bevalling en een week na de bevalling.

In de eerste foto een jonge vrouw die een baby tegen zich aanklemt. Hoe kijkt ze? Niet zielsgelukkig, ook niet gekweld. Ze kijkt eigenlijk niet onvriendelijk met misschien een begin van een glimlachje. Ze heeft een doorzichtig gazen ziekenhuisbroekje aan waardoor een verband te zien is. Niet erg smakelijk. Verder staat ze een beetje lullig voor een witte muur en de lokatie lijkt willekeurig; het gaat de fotograaf om een neutrale witte achtergrond, maar de vloer en de deurstijl links lijken niet het gevolg van een bewuste keuze. De schouders heeft ze opgetrokken. Ze staat er maar een beetje, er is geen contact met de fotograaf en ook niet met de kijker.
De vrouw op de tweede foto heeft haar schouders op een andere manier opgetrokken, alsof ze zich een beetje klein wil maken. Ze komt bedeesd over; het kind ligt aan haar (onzichtbare) borst. Haar buik ziet er nog heel zwanger uit, een dag na de bevalling. De hoogte van de plint is gelijk aan die op de eerste foto, maar de verhouding tussen de twee vrouwen lijkt niet te kloppen. De afstand van de fotograaf tot de modellen lijkt verschillend te zijn.

Op de derde foto staat een vrouw die een keizersnede heeft gehad, te zien aan het litteken op haar onderbuik. Het is de enige foto waar een naakte borst te zien is. De vrouw kijkt neutraal.
In alledrie de foto’s lijkt de camera op buikhoogte te staan. De uitlichting van de scènes verschilt in lichtverdeling en lichtkleur (de kleuren in de met Google gevonden afbeeldingen verschillen wel meer dan in het boek!).

Zwangerschap en bevalling horen bij de meest ingrijpende gebeurtenissen in een mensenleven. De jonge ouders worden geacht te leven op/in een roze wolk. Deze ‘objectieve’ foto’s tonen ons, dat er geen roze wolk is. Wat je feitelijk ziet sluit helemaal niet aan op de (veronderstelde, geromantiseerde) gevoelens rond het krijgen van kinderen. Het ziet er eigenlijk best wel een beetje lelijk uit. Oninteressant eigenlijk ook wel. Daar staan dan drie vrouwen, een beetje ontheemd, met hun pasgeborene. Niet tuttelend, niet zichtbaar gelukkig, niet opgelucht; gewoon een beetje van: ik ga hier wel staan maar ik weet het ook niet zo goed.
Maar dat is dan wel de kracht van deze foto’s: ze bewijzen dat wat je feitelijk ziet niet aansluit bij de gevoelens die je verondersteld wordt te hebben. Daardoor zijn ze dus onthullend!

Dat neemt niet weg dat ze toch best lelijk gemaakt zijn. Ik noemde al de plek vlak voor de witte wand, het verschil in afstand tot de modellen, de lelijke vloer. Rechts in het derde beeld zie je nog een fractie van een vensterbank en een radiator. En misschien heb ik het blauwe verband en het zwarte litteken helemaal niet nodig als kijker. Als nauwkeurig werken een kenmerk is van grootformaatfotografie, dan zie ik dat hier niet terug.
Wel is duidelijk dat de grootformaatcamera afstand schept tussen fotograaf en model. Maar misschien wordt die afstand wel zo groot dat deze niet meer te overbruggen is met de foto zelf. In ‘Image makers image takers’ staan meer foto’s van Dijkstra waarin de gefotografeerden je met een lege blik aankijken (of eigenlijk dus helemaal niet aankijken). Een soort van leegheid lijkt een wezenlijk kenmerk in het mensbeeld dat Rineke Dijkstra ons voorschotelt. Op deze foto’s zie je eigenlijk alles (iedere porie en ieder vlekje) maar ook helemaal niets.

In ‘Image makers image takers’ zegt Dijkstra over een andere serie van haar: “If you see the picture, it shouldn’t look forced, it should look like a snapshot. You’re not supposed to think it’s all set up. You should take it for granted and it should be totally natural somehow”. Dat haar foto’s bij mij dus wat gemakkelijk overkomen klopt dus wel.
Over haar inspiratiebronnen zegt ze: “I like the work of contemporary portrait photographers like Thomas Struth, Paul Graham and Judith Joy Ross as well as some of the older generation, in particular Diane Arbus and August Sander a lot, but generally I get more out of looking at old paintings such as the Rembrandts, Vermeers and Versproncks at the Rijksmuseum in Amsterdam. I think the light, as well as the emotional and psychological forces at play are so incredible in those paintings. I prefer the old classics to contemporary art shows”. Ik soms ook.

Oké, nu heb ik uitgebreid naar deze drie foto’s gekeken en wat is de conclusie? Ik vind ze niet mooi, ze hadden zorgvuldiger gemaakt kunnen worden, ik zou beelden waar de fotograaf duidelijker aanwezig is meer waarderen. Maar ik zie nu wel dat Dijkstra’s objectiverende fotografie laat zien dat de visuele realiteit zwaar afwijkt van de geromantiseerde droomwereld rond het jonge moederschap. Toch iets geleerd.

En als ik nu met deze wetenschap een recensie zou moeten schrijven, hoe zou ik het dan aanpakken? Dan zou ik beschrijven dat Rineke Dijkstra ons een lege wereld laat zien. Een wereld waarin de objectief zichtbare dingen sterk afwijken van het gevoel dat we erbij hebben. En dat dat ontnuchterend en confronterend is. En dan zou ik mijn eigen vooroordelen proberen buiten beeld te houden, want die zijn ook ontnuchterend.

Fotoreflectie bijna afgerond

De Leergang Fotoreflectie die ik vanaf september 2008 bij de Fotovakschool volg loopt bijna op zijn eind. Gisteren heb ik het verslag van mijn eindopdracht ingeleverd bij cursusleider Pieter van Leeuwen. Het is het verslag van een vier avonden durende cursus in het bespreken en interpreteren van foto’s.
Ik heb deze cursus in maart en april gegeven voor negen leden van Fotokring De Liemers. Leuk om te doen, en de deelnemers waren in hun evaluatie erg enthousiast. Onderwerpen die aan bod kwamen waren beeldelementen als vorm en kader, licht en toon, kleur, manipulatie, verhaal en symboliek. Een hele avond heb ik besteed aan het bespreken van context: hoe contextuele informatie het begrip over foto’s of een fotograaf kan vergroten, hoe context de inhoud kan veranderen en hoe contexten zelf kunnen veranderen. Voor veel deelnemers was dit een eye-opener.
Daarnaast hebben we een avond geoefend met verschillende manieren om iets over een foto te weten te komen en er iets over te zeggen. ook dat was een top-avond. En tenslotte hebben we een deel van de laatste avond gesproken over groepsprocessen.
De deelnemers waren vooral enthousiast over het interactieve karakter en de afwisseling in oefeningen. Zelf vond ik de huiswerkopdrachten ook hele mooie resultaten opleveren.
Eind juni wordt de eerste Leergang Fotoreflectie officieel afgesloten met eindpresentaties van de cursisten. Ik ga dan mij eindopdracht voor de richting fotografiedocent presenteren. In december wil ik een eindpresentatie voor het specialisme recensent/rondleider houden.

Darzacq: Hyper

Ik heb voor het eerst foto’s van Denis Darzacq gezien bij een publicatie over Paris Photo 2008. Intrigerende foto’s van zwevende mensen, alsof ze in een reclamespot spelen. Het herinnerde mij vaag aan de foto van Salvador Dali door Philip Halsmann, waar Dali door de lucht zweeft en een kat en een kan water door het beeld gegooid worden.

Denis Darzcq is geboren in 1961 in Parijs. Hij behaalde in 1985 zijn diploma van ENSAD (Ecole Nationale Supérieure des Arts Décoratifs) en won World Press Photo 2007 met zijn serie La Chute (‘The Fall’) in de categorie Art and Entertainment.
In La Chute (zijn internationale doorbraak) suggereert hij dat de figuranten op het punt staan te pletter te vallen. Hij beeldt hiermee een verloren generatie in de Parijse banlieus uit. In zijn foto’s is de val nog niet compleet, de figuranten hangen nog net boven de grond in afwachting van hun vernietiging. Angelique Chrisafis (The Guardian) verklaart het zo: ‘The French riots of 2005 inspired the photographer Denis Darzacq to head for the housing estates on the outskirts of the capital. But he wasn’t after gritty shots of urban deprivation, he tells Angelique Chrisafis. He wanted something more – to capture an entire generation in freefall and with no one to catch them’. Zelf vind ik dat de figuren in La Chute zweven in plaats van vallen. Dat zit in houding en gezichtsuitdrukking. Daarom zit ervoor mij een controverse tussen de uitleg van Darzacq en de beelden die je te zien krijgt.

Sterker dan La Chute vind ik de serie Hyper uit 2007, waardoor mijn aandacht ook als eerste getrokken werd. Hier zijn het echt zwevende figuren geworden. Als bedwelmd zijn ze in een steriel aandoend decor van hypermarché’s geplaatst. Een omgeving vol consumptiegoederen, waarin de menselijke figuren doelloos, als in gewichtloze toestand rondwaren.
De boodschap ligt er niet dik bovenop. Lees er in dat de moderne mens ontheemd is, verdwaasd in zijn kunstmatige omgeving, gedrogeerd. In ieder geval zijn het mystieke beelden die je laten stilstaan bij de doel van het bestaan in een consumptiemaatschappij.

Prachtig is het dan dat de hyperactieve werkwijze van Darzacq geheel in tegenspraak is met deze dromerige foto’s. Darzacq werkte met dansers en sporters die met immense inspanning sprongen maken, die de fotograaf met een analoge kleinbeeldcamera vastlegt. Eén opname per sprong. Wat een accuratesse en inschattingsvermogen! Ongelooflijk dat hij atletische sprongen weet terug te brengen tot gewichtloos zweven. Een prachtig gebruik van het medium fotografie; hij gebruikt niet alleen de technische eigenschap van fotografie om beweging te bevriezen, maar weet in een split-second zijn verhaal ook inhoudelijk goed over te brengen. Daarmee combineert hij overtuigend zijn vakmanschap met artisticiteit.

Hyper behoort tot de meest opmerkelijke foto’s die ik in het afgelopen jaar heb gezien

//denis.darzacq.revue.com
//www.agencevu.com/stories/index.php?id=349&p=23
//www.guardian.co.uk/artanddesign/2007/mar/24/photography.features
//www.lensculture.com/darzacq.html