Categoriearchief: Uncategorized

Frank Hurley verdient meer erkenning

Deze week het boek South van Ernest Shackleton gelezen. Een van de ongelooflijkste avonturen die je je kunt voorstellen: de Engelse poolreiziger Shackleton kwam in 1914 vast te zitten in het pakijs bij Antarctica waarbij zijn schip de Endurance verloren ging. Uiteindelijk moest hij in een ultieme reddingspoging in een open bootje 700 mijl afleggen om hulp te halen.

Ook ongelooflijk: de foto’s die de Australische fotograaf Frank Hurley van de expeditie maakte. Hurley werkte in barre omstandigheden met een logge platencamera. Hij fotografeerde bij temperaturen ver onder nul en ontwikkelde zijn glasplaten in de naast de machinekamer van het schip gelegen doka bij temperaturen net boven het vriespunt. Om spoelwater te krijgen moest hij ijs smelten.
Maar de omstandigheden zijn niet het uitzonderlijkst. Dat zijn de fantastische beelden van een fotograaf die midden in het gebeuren staat. Frank Hurley verdient hiervoor meer erkenning dan hem ten deel valt.

Hurley kwam in de expeditie omdat hij schulden had bij Kodak; zijn ansichtkaartenstudio was verliesgevend door een economische crisis. Kodak steunde hem met materiaal en zorgde na de expeditie voor verschillende exposities. Tijdens de expeditie fotografeerde Hurley ook in kleur; hij was een van de eersten die een nieuw Kodak proces (voorloper van de Kodachrome films) uitprobeerde. Ook maakte hij films. Kodak eerst nog steeds zijn held:
Klik hier voor een beschrijving van Hurley’s werk

Dat zijn foto’s bewaard zijn gebleven is uitzonderlijk. Toen de Endurance vermorzeld werd door het ijs moest Hurley zijn glasplaten redden door het ijskoude water in te duiken. Het was niet mogelijk alle platen mee te nemen vanwege het hoge gewicht. 400 zijn er vernietigd, 120 zijn gespaard gebleven, ook omdat de andere expeditieleden persoonlijke eigendommen achterlieten om het fotografische verslag te kunnen redden.
Klik hier voor beelden van de Shackleton-expeditie

Ergens zijn en ergens anders willen zijn

De eerste foto’s van Adam Jeppesen die ik te zien kreeg waren op de website van Paris Photo een paar jaar geleden. Zijn stille beelden waarin de kleurverzadiging was teruggedrongen leken met spanning geladen.

Deze week kocht ik zijn boek(je) Wave en het is een heerlijk product. Niet alleen vanwege de fascinerende foto’s, maar vooral ook door de uitvoering. Daardoor wordt het een mooi kleinood. Ja, dat is wel het goede woord. Het is een klein boekje, maar ook een juweeltje. Prachtig uitgevoerd, met een linnen kaft met subtiele kleuropdruk en zijn naam in blinddruk. De foto’s mooi afgedrukt op min of meer mat papier, dat bij het bladeren ook heel fijn aanvoelt.
De enige tekst is een weergave van een telefoongesprek van iemand die op reis is en zijn geliefde mist.

De foto’s van Adam Jeppesen laten veel te raden over. De keuze is ook niet consistent. Gemaakt in verschillende landen, de onderwerpen nogal verschillend, maar door de sfeer sluiten ze mooi op elkaar aan. Je kunt er lang naar kijken zonder dat ze zich helemaal prijsgeven. Daardoor blijft het een boeiend boek. Foto’s als poëzie.

Wat maakt zijn foto’s zo fascinerend? De kleine situaties de hij afbeeldt, uitsnedes uit omgevingen van gewone mensen, het gevoel ergens te zijn en ergens anders te willen zijn?

PMI – Plussen, Minnen en Interessante gedachten

Bij de voorbereiding van een cursus over foto’s bespreken stuitte ik op de PMI-methode van Edward de Bono.
De Bono heeft het denken over creatief denken een grote impuls geven met het begrip lateraal denken en met zijn zes-hoedenmethode. De truc van lateraal denken is dat als je tegen problemen aanloopt je deze problemen even parkeert. Als iets niet kan, doe dan alsof het wel zou kunnen en kijk welke mogelijkheden dan ontstaan. Misschien zijn die zo interessant dat je extra gemotiveerd bent het aanvankelijk probleem op te lossen. De Bono heeft hier veel succes mee gehad; hij was onder meer adviseur van de eerste winstgevende Olympische Spelen, die van 1984 in Los Angeles.

Naast de zeshoedenmethode (die ook toepasbaar is bij het bespreken van foto’s) bedacht De Bono ook de PMI-methode. Kern daarvan is dat je je oordeel uitstelt tot je een casus van alle kanten hebt bekeken (niet voor niets luidt een uitspraak van De Bono: ‘Wijsheid is als een groothoeklens’: zorg dat je alle aspecten in beeld hebt).

Bij de PMI-methode kom je pas tot een oordeel nádat je hebt gekeken naar de volgende aspecten:
– Plussen
– Minnen
– Interessante gedachten

Een mooi voorbeeld van de PMI-methode is een casus waarbij aan dertig schooljongens van een jaar of tien, elf de volgende stelling werd voorgelegd:

     Kinderen van 10 jaar moeten $ 5 per week
     krijgen als ze naar school gaan

Vóór het toepassen van PMI waren alle dertig jongens vóór, ná PMI 29 tegen. En waarom waren ze van mening veranderd? Ze hadden de volgende ‘minnen’ bedacht:

– De grote jongens op het schoolplein pakken het geld af
– Ouders geven geen cadeaus of zakgeld meer
– De schoolmaaltijden worden duurder
– Er komt ruzie over geld
– Waar komt het geld vandaan?
– Er is minder geld om leraren te betalen
– Hoe bepaal je hoeveel geld iedere leeftijdscategorie krijgt
– Er is geen geld meer voor een schoolbusje

PMI lijkt op de methode die Terry Barrett aanhoudt in zijn boek ‘Criticizing Photographs’: eerst jezelf informeren, daarna interpreteren en dan pas oordelen.

Gediplomeerd recensent

Op de Fotovakschool in Amsterdam heb ik op 19 december 2009 mijn afstudeeropdracht voor de opleiding Fotoreflectie, afdeling recensent, gehouden. Hiervoor heb ik een recensie geschreven die zou passen in dagblad De Gelderlander.
In mijn presentatie heb ik drie onderwerpen aangestipt: driehonderd woorden, de vloek van Internet en het probleem van een brede doelgroep. Die driehonderd woorden slaan op het aantal woorden dat een recensie in De Gelderlander doorgaans telt. Bijna ondoenlijk om in zo’n beperkte ruimte een beeld van een expositie te schetsen, iets over de kunstenaar te vertellen en een afgewogen oordeel te geven.
De vloek van het Internet gaat over het feit dat informatie altijd beschikbaar blijft. dat legt een grote verantwoordelijkheid bij de recensent, zowel ten aanzien van de gerecenseerde als ten aanzien van je eigen imago.

De vloek van de perfectie

Ed Burtynsky, expositie in Huis Marseille in Amsterdam op 7 februari 2010

De eerste foto bij binnenkomst bewijst meteen de bijzondere kracht van (super)grootformaatfotografie. Een ogenschijnlijk gemakkelijke registratie van een snelheidsrace op een Amerikaanse zoutvlakte. Of eigenlijk nog niet eens de race, maar meer nog voertuigen en toeschouwers die staan te wachten in afwachting van de race.

Wat een detail! Je wordt de foto in gezogen! Hier zie je een groepje mensen bij elkaar, daar staat een zonderling apart, verderop weer wat interactie tussen mensen. En alles haarscherp, heel gedetailleerd. Alsof de foto uit heel veel losse foto’s bestaat, en toch een geheel vormt.
Dit is wat ‘deadpan’ fotografen doen: afstand nemen, het geheel als objectieve waarnemer laten zien, en de toeschouwer het beeld af laten tasten. Dit voorbeeld overtuigt je direct van de waarde van deze stroming.
Meer voorbeelden hangen er op de expositie Oil. De foto ‘Breezewood, Pennsylvania, 2008’ met een veelheid aan reclameuitingen en waarschuwingsborden. Magnifiek. Hoewel niet helemaal objectief, want door het gekozen standpunt drukt Burtinsky alle borden op elkaar waardoor ze nog drukker ogen dan ze waarschijnlijk zijn. Wel een foto waar je heel lang naar kunt blijven kijken en waar je steeds nieuwe dingen in ontdekt.
Een banaal plaatje als je het op klein formaat zoals hieronder ziet maar een knaller als je er tijdens de expositie mee geconfronteerd wordt.

Een van zijn foto’s van LA heeft dat ook. Door het ongelooflijke detail zie je de stad zoals je die nog nooit hebt gezien. Een enorme vlakte aan kleine, lage huizen, doorsneden door strakke wegen. En aan de horizon een verdwaald groepje wolkenkrabbers en het bordje Hollywood in de heuvels.

De foto ‘Densified Oil Filters, Hamilton, Ontario’ is ook een overtuigend voorbeeld, ook al is het onderwerp totaal anders. Wat een indruk laat deze foto achter! Burtynsky maakt van een grote stapel in elkaar afgewerkte oliefilters een abstract schilderij met een prachtige dieptewerking en fraaie kleuren. En kom je dichtbij dan is iedere tekst op de samengeperste filters leesbaar. Prachtige kleur, mooi de nadruk op het midden van het beeld gelegd, en zowel op afstand als van heel dichtbij boeiend en overtuigend.

Ik vond op Internet een foto van Edward Burtinsky met een Linhof Technika, poserend naast een olietanker-in-slooptoestand in Bangladesh. Blijkbaar zijn die foto’s gemaakt met een 4 x 5 inch camera. Zij komen minder gedetailleerd over. Niet heel erg bij die reportage-achtige foto’s, maar bij andere opnamen gaat het storen dat er minder detail in zit. Blijkbaar gebruikte Burtynsky voor de eerst genoemde foto’s 8 x 10 inch.

De minder gedetailleerde opnamen gaan je dan ineens tegenvallen. Ik kan me zo een aantal foto’s voor de geest halen waar ik ook die enorme detailscherpte had willen zien. Bijvoorbeeld bij een complexe kruising van snelwegen. Ook een foto die heel veel andere opnamen in zich draagt. Maar door minder detailscherpte werkt het niet meer als je dichtbij komt. Je ziet korrel, geen strakke vormen.

De expositie van Burtynsky maakt duidelijk: als je het pad van de perfectie opgaat is ontzettend goed ineens niet meer goed genoeg. Gebruik je heel veel detail in je foto’s, dan gaat het storen als sommige foto’s minder detail tonen.
Dat is een verdrietige constatering als iemand zoveel moeite voor zijn foto’s doet als deze Canadese grootmeester.

Waarin ligt de grote waarde van zijn werk? In de moeite die hij doet om unieke aansprekende beelden te maken. Die op zichzelf staan en overtuigen, maar in een serie gevoegd een breed verhaal vertellen. Zoals in het geval van Oil de winning, de beschadiging van het landschap, het gebruik, de invloed op de infrastructuur en uiteindelijk het afdanken van voertuigen die fossiele brandstoffen verbruiken.

Het is een verhaal dat verteld wordt middels esthetiek. Vorm, compositie, kleur, structuren, formaat, kadrering. Minder middels inhoud, vertelling, dubbele betekenissen.
Burtynsky is een fotograaf die zijn metier beheerst. Die kiest voor verstilde overzicht biedende foto’s, en daar ver voor gaat. Ver in verschillende betekenissen: hij gaat ver in de moeite die hij steekt om ergens binnen te komen, hij gaat ver in de zin van afstanden overbruggen, en hij gaat ver in het zoeken van standpunten van waaruit zijn beelden het beste in beeld gebracht kunnen worden.

Sally Mann, 19e eeuws picturalist

Het Fotomuseum in Den Haag presenteert tot januari 2010 foto’s van Sally Mann. Vijf series zijn uitgekozen om haar werk te representeren. Haar ‘doorbraakserie’ Immediate Family, de landschapsserie Deep South, What Remains I en II over vergaan en vergankelijkheid en Faces over…..ja waarover eigenlijk?

Immediate Family is hierin zonder twijfel de sterkste serie. Sally Mann presenteert zichzelf als romantisch picturalist met moderne technische middelen. De familieportretten (voornamelijk foto’s van haar drie toen nog jonge kinderen) schetsen een pastoraal beeld. Gemaakt in een perfecte techniek, gepresenteerd op een mooi 50 x 70 cm formaat, een geweldig vakmanschap. De foto’s zijn ook oneindig veel mooier dan dezelfde afbeeldingen in een boek.
Mann presenteert een idyllisch landschap dat lijkt op 17e eeuwse italianiserend schilderijen. Ze gebruikt subtiele attributen (tomaatjes, een watermeloen, speelgoed) dat toevallig aanwezig lijkt maar exact op de juiste plek in beeld ligt en de compositie versterkt. Een aantal foto’s verwijst bedoeld of onbedoeld direct naar bekende schilderijen zoals de Venus van Botticelli. Haar kinderen zijn soms sereen, soms uitdagend, maar in ieder geval heel erg zichzelf.
Het is logisch en terecht dat ze hiermee internationaal is doorgebroken.

De serie Deep South uit 1993-1998 laat landschappen uit haar geboortestreek zien. In sommige foto’s is opzettelijk een slecht objectief gebruikt: in het midden is het min of meer scherp, daarbuiten al snel onscherp en in de hoeken valt het licht weg en ontstaan donkere delen. Sommige foto’s tonen beschadigde emulsie, waardoor de foto’s teruggezet lijken naar de 19e eeuw. Hiermee positioneert ze zichzelf helemaal in de eerste picturalistische golf van rond 1870-1880 en daar komt ze niet meer uit.

Vanaf nu neemt de imperfectie alleen maar toe. Zowel in What Remains als in Faces krijgt het de overhand. Het ondersteunt het idee van vergankelijkheid en vervaagde herinnering wel, maar het wordt uiteindelijk teveel.
In Faces laat ze in sterke close-up de gezichten zien van haar inmiddels volwassen kinderen. Onscherp, krassen en emulsiefouten goed zichtbaar, het negatief aan de randen beschadigd, ongelijk ontwikkeld en met fixeervlekken. Soms lijken haar kinderen tussen dood en leven te hangen, soms lijken ze door de extreem lange sluitertijd weg te dromen. Sluit dit aan op What Remains of is het een vervolg op Immediate Family?

Ik vroeg mij af hoe What Remains zou overkomen als de serie gemaakt zou zijn met dezelfde techniek als Immediate Family. Zou Sally Mann dan een eigentijdse fotograaf kunnen zijn in plaats van een 19e eeuwse?

In de boekwinkel van het museum liggen fotoboeken die ook ander werk laten zien. Doet Sally Mann zichzelf niet tekort door deze vijf series als haar definitieve werk te laten tonen? In dat geval heeft ze met Immediate Family wel heel vroeg in haar carrière gepiekt. Wel een hoge piek trouwens.

Toppers bij Noorderlicht

Op zaterdag 3 oktober heb ik Noorderlicht bezocht. Dit zijn mijn favorieten:

Pieter ten Hoopen met ‘Touche moi’: prachtige panoramische beelden van mensen in Stockholm, in een warm wollig bruinig zwart.

Lurdes Basolí met foto’s uit Caracas: zwartwitfoto’s van een criminele hoofdstad. Indringend, technisch perfect. Past in een traditie van grote reportagefotografen.

Adam Patterson met ‘Another lost child’: indringende serie van een zwarte jongen uit een buitenwijk van Londen, die enerzijds tegen gangs aan hangt en anderzijds zijn tedere kanten laat zien als vader van een jonge zoon; met fantastisch ondersteunende teksten die uitdrukking geven aan zich miskend voelen, stoer doen en vooruit willen komen. Jammer dat de teksten niet in de catalogus staan, ze voegden veel toe. Zo’n sterke ondersteuning van foto’s door tekst heb ik zelden gezien.

Aïda Muluneh met ‘Ethiopia past/forward’: technisch perfecte en indringende portretten van Ethiopiërs. Weer iemand die de techniek ten volle beheerst. Dat zie je op Noorderlicht gelukkig heel veel. Zelfs in de felle zon zijn de witten doortekend en de zwarten lopen niet dicht. De composities zijn geweldig.

Laurence Leblanc met ‘ Dithy, Chéa, Kim Sour et les autres’. Bewust onscherpe foto’s uit Indochina (?); sommige heel sterk, daarbij krijg je een droomwereld voorgeschoteld waarin suggesties worden gegeven. Bij andere foto’s heb ik twijfel: is er voldoende herkenning?

David Damison met ‘Dockers de Pont-Noire’. Zwartwitportretten van arbeiders uit een havenstad in Congo. Trotse mannen. Mooie stofuitdrukking. Middenformaat. Gave zwartwitprints. Ook hier draagt de beheersing van de techniek enorm bij aan de zeggingskracht van het beeld.

Mark Nozeman presenteert met ‘Belgrade belongs to me’ een sterke serie van jongeren in Belgrado. Stijlvast. Fraaie helderheid in de foto’s. Kleurverzadiging teruggeschroefd. Eigentijdse uitdrukking in het beeld.

Tim Hetherington is vertegenwoordigd met foto’s van slapende soldaten. Maar dat is niet alles. De beelden worden geprojecteerd in combinatie met video (en audio) van hun inzet overdag. Op drie schermen geprojecteerd krijg je een indruk van wat de soldaten meemaken. Een van hen raakt in shock; heel levensecht en verbijsterend hoe zo’n grote sterke man zo de weg kwijt kan raken.

Verder natuurlijk de foto’s van Palestijnse fotografen, verzameld door Stuart Franklin. Heel betrokken en diep menselijk, niet propagandistisch wat ik had gevreesd. Maar ik ben wel benieuwd naar de tekst van Franklin die door Associated Press is weggecensureerd.

Ook geweldig om te zien: het grote overzicht van Teun Voeten.

En ik heb weer wat meer waardering voor een conceptuele aanpak. Dat Susan Meiselas haar foto’s van het Nicaraguaanse verzet van dertig jaar geleden op grote doeken liet afdrukken en die een paar jaar geleden in Managua ophing op de plaats waar ze gemaakt zijn om de reacties van voorbijgangers vast te leggen was boeiend. Jammer dat je zo weinig tijd hebt om de video’s af te kijken. En de pasfotocollectie uit Beslan van Anastasia Khoroshilova is een bonte collectie van fotostijlen, kapsels, kleding, gebruik van make-up, gouden tanden, achtergrondjes, rituelen (te zien in de feestelijke dracht van kinderen) waardoor een hele gemeenschap in beeld wordt gebracht. Uiteindelijk misschien eerder antropologisch dan fotografisch, maar wel een interessant fenomeen.

Fotoreflectie deel 2

Deze week ontving ik van cursuscoördinator Pieter van Leeuwen een goedkeurende reactie op mijn afstudeeropdracht voor de HBO-Leergang Fotoreflectie. Ditmaal met betrekking tot de richting Rondleider/Recensent, nadat ik in juni de richting Docent al heb afgerond. Dat betekent dat ik in december mijn tweede certificaat ga krijgen.

Twee decennia wereldnieuws

Op 18 augustus stond ik oog in oog met twee decennia wereldnieuws. Het Ludwig Museum – Museum of Contemporary Art in Boedapest houdt van 3 juli tot en met 11 oktober een overzichtstentoonstelling van Robert Capa.

‘On show’ zijn 200 foto’s van Capa van onder andere de Spaanse burgeroorlog en de landing van geallieerde troepen in Normandië in 1944. De foto’s komen uit een collectie van 937 die Robert Capa’s broer Cornell tussen 1990 en 1992 selecteerde uit zijn gehele archief met 70.000 negatieven. Deze foto’s vertegenwoordigen het beste werk van Capa. In 1995 zijn drie sets afdrukken gemaakt op het formaat 40 x 50 cm, met gebruikmaking van traditionele afdruktechnieken. De foto’s dragen Robert Capa’s naam in blinddruk. De afspraak is gemaakt dat dit de drie definitieve series zijn en dat van de negatieven niet meer afdrukken zullen worden gemaakt. Een serie bevindt zich in New York, een in het Fuji Art Museum in Tokio en de derde set behoort tot de historische fotocollectie van het Hongaars Nationaal Museum.

In Capa’s geboortestad (zijn Joods-Hongaarse ouders hadden een winkel in Boedapest) is hier nu een deel van te zien, in een mooie nieuw museum, dat mogelijk is gemaakt door het verzamelaarsechtpaar Ludwig uit Keulen.

Robert Capa (geboren als Endre Friedmann) ging als 20-jarige naar Berlijn voor een opleiding in politieke wetenschappen. Tussen 1936 en 1939 ging hij als vrijwilliger naar Spanje om de burgeroorlog te fotograferen. Hiermee startte zijn imposante carriere als oorlogsfotograaf.
Veel Spanje-foto’s zijn technisch opvallend slecht (korrelig, weinig detail, geen bijzondere compositie). Het belangrijkste wat ze zeggen is: ik was erbij, ik stond er tussenin, en zo zag het eruit. De foto’s hebben wel een belangrijke historische lading en hebben bijgedragen aan indringende discussies over persfotografie: Capa was de eerste die een sneuvelende soldaat liet zien.

Na reportages in Spanje maakte hij een reis naar China om in gezelschap van Joris Ivens een reportage te maken. Hij had er weinig bewegingsvrijheid, maar zijn foto’s zijn wel opvallend veel beter dan die uit Spanje. Ze tonen meer detail, hebben minder korrel, mooiere gradaties. Gebruikt hij hier een andere film, andere camera? Het is een beetje a-typisch werk; het bedachtzamere fotograferen komt in 1947-1950 nog een keer terug in reportages rond de oprichting van de staat Israël.
Na China volgt de tweede wereldoorlog. Hij maakt onder andere reportages van de Blitzkrieg in Londen. In 1943 voegt hij zich bij de Amerikaanse troepen die in Zuid-Italië bezig zijn met de bevrijding. Hij volgt de Amerikanen naar Napels en is er bij als de geallieerden op D-Day in Normandië landden. Zijn foto’s mislukken bijna allemaal door een onoplettende laborant (van de 108 foto’s blijven er maar 8 bewaard), maar zijn naam is voorgoed gevestigd.
Capa is daar waar de actie is, en precies daar. Niet tien kilometer erachter. Hij krijgt dan ook veel waardering voor het feit dat bij hetzelfde doet als de soldaten die hij fotografeert. Na D-Day volgt de opmars in Normandië en het Ardennenoffensief, en tenslotte laat hij zich met paratroopers droppen achter vijandelijke linies bij het Duitse Wesel.

Als de oorlog is afgelopen fotografeert hij de bevrijding van Parijs. Leert Picasso daar kennen, en Ingrid Bergman die een tour voor de Amerikaanse troepen houdt. Als hij haar later in de USA weer tegenkomt krijgt hij een 2-jarige verhouding met de getrouwde Bergman. Als zij zich wil laten scheiden heeft Capa genoeg van het wereldje in Hollywood (na eerst nog een korte carriere als filmregisseur te hebben geprobeerd) en neemt opdrachten van tijdschriften aan voor reportages in o.a. Rusland en Israël. In 1954 neemt hij waar voor een collega en gaat naar Indo-China. Bij een convooi van Franse troepen ergert hij zich aan het langzame verloop, stapt uit en loopt een veld in waar soldaten uit tevoorschijn komen. Hij loopt op een landmijn en sterft in Vietnam op 40-jarige leeftijd.

Het leven en het werk van de charismatische, erg aanwezige, energieke Capa (die altijd het middelpunt is en gemakkelijk in de omgang is) wordt in het Ludwig Museum chronologisch gevolgd. Dat maakt het erg prettig om de expositie te bekijken.
Zijn mooiste foto’s? De series uit China en Israël omdat ze veel betrokkenheid tonen en enorme rust uitstralen. Maar meer nog de foto’s uit de tweede wereldoorlog waar hij dicht op de Amerikaanse troepen zat. Capa was daar waar de actie was en laat de kijker ook nu – in 2009 – nog meebeleven hoe het echt was. Alsof de kijker zelf deel van de actie uitmaakt. Heel overtuigend.