Categoriearchief: Uncategorized

Richard Avedon: I’m taking you over

De foto’s in de eerste zaal van het FOAM maken het meteen duidelijk: Richard Avedon had ook met groot succes een andere richting in de fotografie kunnen kiezen. De foto’s die hij in 1946 en 1947 onder meer in Zuid-Italië maakte, kunnen zich meten met het werk van grote reportagefotografen uit die tijd.

Avedon koos er echter voor zijn reportageaanpak toe te passen in de modefotografie en dat maakte hem trendsettend. Zijn Parijse modebeelden zijn dynamisch en vol levensvreugde. Foto’s als ‘Renée, the new look of Dior’, ‘Dorian Leigh with bicycle racer’ en ‘Elise Daniels with street performers’ (periode 1947 – 1948) laten niet het product zien in een stijve pose, maar verleiden de kijker: “Zó kun jíj leven, met een jurkje van Dior”.

Onder de titel “Richard Avedon – Photographs 1946-2004’ wordt in tweehonderd foto’s een beeld geschetst van zijn mode- en portretfotografie. De tentoonstelling is tot 13 mei te zien in het FOAM in Amsterdam.

Richard Avedon vestigde na de tweede wereldoorlog snel naam en bleef altijd modefotografie beoefenen, steeds met een dynamische aanpak. Daarnaast kreeg hij bekendheid als portretfotograaf door zijn benoeming tot sterfotograaf van Harper’s Bazaar eind veertiger jaren. Daarin zette hij de aanpak voort die hij in 1944 oppikte als fotograaf voor de Merchant Marine: rekruten full face gefotografeerd tegen een witte achtergrond.
Deze aanpak is hij altijd blijven volgen: de essentie van mensen vastleggen door ze tegen een neutrale achtergrond, los van tijd en plaats te fotograferen.

Sleutelbeelden in de expositie in het Amsterdamse FOAM zijn voor mij de portretten van Dorothy Parker en Carson McCullers. Het zijn op het eerste gezicht weinig flatteuze foto’s. Bij nader inzien zijn ze onthullend en misschien wel onthutsend. Avedon fotografeerde deze celebrities genadeloos; ze lijken ieder verzet en iedere pose opgegeven te hebben en tonen zich in al hun kwetsbare eenzaamheid. Ten tijde van publicatie rond 1955 was er veel kritiek op Avedon en zijn integriteit wordt nog steeds wel eens in twijfel getrokken. De foto’s van Parker en McCullins zijn ondanks dat monumenten van betrokkenheid en doorgrondelijkheid. Blijf je er langer voor staan dan wordt je erin opgezogen. Parker verdient trouwens niet teveel medelijden; zelf trainde zij haar hond op foto’s van Nixon te plassen.

Deze foto’s – en andere in dezelfde ruimte van onder anderen Alberto Giacometti, Isak Dinesen en Tenessee Williams – zijn zo indringend, dat kritiek over poses en aansnijdingen die je normaal gesproken zou kunnen hebben niet meer ter zake doet. De impact van de portretten overstijgt de reguliere kritiek.
Wat in de begeleidende documentaire duidelijk wordt dat is dat Avedon de geportretteerden beschouwt als zijn materiaal, zoals hij fotomodellen ook ziet als materiaal. Hij is de baas, niet alleen tijdens de opnamen maar ook bij de publicatie.
De fotoserie die hij maakte van zijn terminaal zieke vader is buitengewoon indrukwekkend, maar ook hierin toont Avedon zich de baas. Een element van wraak nemen op zijn altijd afwezige vader komt hier om de hoek kijken. In de documentaire zegt hij “It’s my way of trying to reach him. Trying to let him know who I was”. Maar ook: “It was in a sense an act of hostility. Shooting, killing him with my camera”.

In zijn latere werk valt alles samen: reportage, portretten, karakterschetsen, stijl, oppervlakte. Avedon beschouwt zijn project “In the American West” als zijn beste werk. Een project ook dat rijpheid van de fotograaf nodig had. Avedon claimt dat hij deze serie van honderden foto’s niet had kunnen maken toen hij veertig of vijftig jaar oud was. Hij kon pas op zijn zestigste deze diepgang en consistentie bereiken.
De selectie uit dit project die in het FOAM te zien is, is mooi gemaakt. ‘In the American West” kent ook veel esthetische, vormgegeven foto’s. De getoonde selectie (en dan vooral de levensgrote foto’s van trucker Billy Mudd en drifter Clarence Lippard) toont naast een perfecte vorm en een fantastische uitvoering ook het karakter van de geportretteerden. Lippard als een man die veel heeft ervaren en tot rust is gekomen, Mudd als een verontrustend krachtmens.

Criticus Owen Edwards omschrijft Avedons attitude als “You’re mine, you’re here, I’m taking you over”. Deze eigengereide en egoïstische keuze van Avedon heeft geleid tot een van de indrukwekkendste fotografische oeuvres.

Richard Avedon – Photographs 1946-2004
FOAM, Fotografiemuseum Amsterdam
Keizersgracht 609
Amsterdam
Open tot en met 13 mei 2009.
Dagelijks van 10 – 18 uur, op donderdag en vrijdag van 10 tot 21 uur.

Pascal van Heesch: Mineros de Bolivia

Ik volg de leergang Fotoreflectie van de Fotovakschool en een van mijn medecursisten is Pascal van Heesch. Pascal stuurde mij een email over zijn recentste project, het fotograferen van mijnwerkers in Bolivia. Hiervan is in januari een boek verschenen onder de titel ‘Mineros de Bolivia’.

Pascal is gespecialiseerd in sociale documentaire fotografie. Doorgaans werkt hij in series waarin hij het leven van gewone mensen vastlegt. Veel series zijn gemaakt in ontwikkelingslanden. Hij heeft bijvoorbeeld indrukwekkende series gemaakt in India.
Zie voor meer informatie:

//www.pascalvanheesch.com/

Noordeinde Nocturne

Op zaterdag 7 februari 2009 bezochten Greetje en ik de Noordeinde Nocturne in Den Haag. We hadden een uitnodiging voor de opening van een expositie van Mark Verdoes in DeGalerie Den Haag. Verdoes bleek een ervaren fotograaf met een ambintie om kunstenaar te worden. Erg mooi werk, waarin hij eerder gemaakte foto’s door een zeefdrukker in India liet verwerken tot prachtige kunstwerken met subtiele kleuren. De beelden waren afgewerkt met expoxyhars, waardoor de kleuren erg briljant naar voren kwamen.
De Nocturne was een groot succes. Veel belangstelling, geanimeerde sfeer. We bezochten de Eckhart Gallery, met fraaie zwartwitfoto’s van Josef Hoflehner. Afdrukken in een afmeting van 40 x 40 centimeter, prachtige techniek, en overal verstilling goed getroffen, of het nu in de nabijheid van steden of in de vrije natuur gefotografeerd is. Dat zet je wel weer aan het denken over zwartwitfoto’s, maar ook over aandacht voor een perfecte techniek.
Zena Holloway, waarvan een aantal foto’s in de galerie te zien waren, was ook een openbaring. Zij fotografeert altijd onder water maar maakt geen typische onderwaterfotografie. Een prachtige foto van een zwemmend meisje met paard, van onderen gefotografeerd. En een mooie modefoto van een model dat op een stoel in een wedstrijdbad zit – onder water – waarbij de zwemmers hoog in beeld over haar heen gaan. Ongewoon, nooit eerder zoiets gezien.
Mooie foto ook van Marc Faasse van het plein bij het Lieverdje in Amsterdam. Recht van boven gefotografeerd, dan zie je geleidelijk dat de schaduwen niet kloppen: ze vallen alle kanten op. De foto moet dus wel samengesteld zijn. En inderdaad, nu zie je dat het plaveisel ook uit allerlei verschillende rechtbhoeken bestaat, die zorgvuldig aan elkaar geplakt zijn. Omdat het licht steeds anders op het plaveisel viel ontstaat een levendig tapijt. Het lijkt in eerste instantie misschien simpel, maar het is geraffineerd gedaan.
Verder bezochten we ‘t Fotokabinet. Leuke ervaring. De uitbater haat een flinke collectie Philip Halsmann’s, onder andere met Dali. Maar ook een flinke serie foto’s van fotopersbureaus als UPI. Zo een foto van een hele jonge John F Kennedy en zijn Jackie. Verder was eer een opmerkelijke foto van Juliana en prinses Margriet, van de hand van Yousouf Karsh of Ottawa 1.l400 euro. We lieten de eigenaar weten dat we dat wel bijzonder vonden, en toen stond hij erop ons de achterkant van de foto te laten zien. De lijst moest open, en daar werd het geheim geopenbaard. Een stempel van Karsh, de opmerking dat openbaarmaking alleen mocht na uitdrukkelijke toestemming. Verder in drie verschillende handschriften de beschrijving dat het gaat om prinses Juliana van The Netherlands en haar dochter Margriet.
//www.eckhartgallery.com
//www.zenaholloway.com
//www.josefhoflehner.com

Expositie ingericht

Vanochtend vroeg heb ik met Herman Vreman (en assistentie van Fred van der Weijden) onze fotoexpositie in het Zevenaarse gemeentehuis opgehangen. Om 8 uur waren we al present. Het is een mooi geheel geworden. Vijftig foto’s van Antwerpen hebben we uitgezocht. De eerste bezoekers hadden we al tijdens het ophangen van de foto’s…..
Eerder deze week spraken Herman en ik met journaliste Carine ten Cate. Het resultaat lees je hier:
//www.gelderlander.nl/voorpagina/liemers/4376925/Onderwerpen-liggen-voor-het-oprapen–.ece
Een leuk verhaal is het geworden. Verder wordt onze expositie vermeld op Ugenda (uitgaansagenda Arnhem-Nijmegen), de website van de Fotobond en op de informatieborden van de gemeente die je bij het binnenrijden van Zevenaar ziet staan.

Discussie over ‘Luie schilders’

Voor de opleiding Fotoreflectie van de Fotovakschool moest ik als opdracht een bijdrage toevoegen aan een discussie op www.photoq.nl. Ondanks herhaalde vragen aan de moderatoren van deze site is mijn inzending nog niet geplaatst. Waarschijnlijk heeft dat te maken met de overgang naar een geheel nieuwe site, maar ik heb daar van de site beheerder geen verklaring voor gekregen. Ik plaats mijn inzending daarom hier. De oorspronkelijke discussie staat op //www.ediepeters.nl/opiniekwaliteit.html en moet uiteindelijk terechtkomen op deze plek: //www.photoq.nl/articles/discussie/luie-schilders/

Is het goed genoeg?

Hans den Hartog Jager hangt een modernistische kijk op fotografie aan getuige zijn opmerking “…als geen andere kunstvorm heeft de fotografie, hoe geënsceneerd ook, namelijk de pretentie dat ze een stilstaand, documentair beeld van de werkelijkheid geeft”. Het is jammer dat de criticus geen waardering op lijkt te kunnen brengen voor postmoderne uitingen in de fotografie. Het postmodernisme heeft veel interessante kunst voortgebracht. (Natuurlijk, ook veel bagger. Maar wist u dat in de Gouden Eeuw in de Nederlanden meer dan een miljoen schilderijen zijn gemaakt? Ook die zijn niet allemaal van Rembrandt-niveau).

De oude discussie ‘Is fotografie kunst, moet fotografie realistisch zijn, is fotografie waarheidsgetrouw, mag manipulatie’ die al vanaf het ontstaan van de fotografie leeft, kreeg juist nieuwe impulsen door stromingen als pop-art en conceptual art. En omdat de vroege postmoderne kunstenaars allerlei uitingsvormen, technieken en symbolen combineerden en een nieuwe beeldcultuur creëerden, wakkerden ze ook een andere vraag aan: wat is eigenlijk een foto?
Kruisbestuivingen waren er niet alleen van kunstschilders naar ‘luie schilders’ (zoals Hans den Hartog Jager bepaalde fotografen aanduidt), maar ook van fotografie naar schilderkunst, tussen de reclamewereld en de kunstwereld en tussen schilders en ontwerpers van toegepaste grafiek. Dat heeft nieuwe uitingsvormen opgeleverd, die soms walgelijk banaal ogen, maar als ze goed zijn uitgevoerd enorm opwindend zijn.

We kennen postmodernisme met zijn hang naar concepten nu zo’n veertig jaar, en het nieuwe is er wel vanaf. Dat roept de vraag op of deze stroming op zijn eind loopt. Er zijn signalen die daarop duiden en dat zijn de signalen die Hans den Hartog Jager ook beschrijft als hij het heeft over “iedere sukkel met een Hasselblad”. Alles is al een keer geprobeerd, dus doen we het gewoon nog een keertje in een andere vorm. Pak een conceptje, doe er je dingetje bij, regel publiciteit en we hebben weer een eigentijdse expositie. Galeriehouder ook blij want hij heeft weer een aanstormend talent. Een paar jaar geleden was er in het Duitse Essen een expositie onder de titel “Alle Bilder sind schon da”, dat zegt eigenlijk wel genoeg: we vallen in herhalingen.

Ik erger me nog het meest wanneer ik een platte foto voorgeschoteld krijg waar een context bij gefabriceerd is. Voorbeeld: een recht-toe-recht-aan foto, netjes gemaakt maar niet bijzonder, wordt op superformaat uitgeprint, krijgt een schitterende lijst en hangt meer dan levensgroot in een kunstgalerie. De context (die van de museale expositie) hoort niet bij de foto; staat er los van, is erbij bedacht. Het zijn twee losse entiteiten: de gewoon ogende foto en de kunstlocatie. De foto zou juist op die plek moeten hangen vanwege de intrinsieke kwaliteit van het beeld, maar die herken ik onvoldoende. De foto WORDT kunst WANT hij hangt in een museum en hangt niet op die plek OMDAT hij kwaliteiten heeft. Dat lijkt toch meer op marketing dan op kunstbeoefening? Ik zag deze maand voor het eerst een foto van Andreas Gursky. Ik was op grond van wat ik in publicaties zag niet kapot van zijn werk, maar ik dacht dat ik mijn oordeel moest uitstellen omdat het in de bedoelde context misschien erg overweldigend zou zijn. Maar nee, het was gewoon wat ik dacht dat het was: een erg grote banale foto in een hele mooie lijst. De foto zegt heel bescheiden: “Ik ben een documentaire foto”, maar de omgeving schreeuwt: “NEE!!! Ik ben KUUUUUUNST!”.

Ander voorbeeld: ik zie honderd saaie foto’s van watertorens in een kunsttentoonstelling, maar het blijven platte registraties waar misschien een civiele ingenieur van droomt, maar die niet meer zijn dan wat het eigenlijk zijn: platte registraties. Dit soort foto’s legt valse claims, we kijken met zijn allen naar de nieuwe kleren van de keizer. “Kijk, de keizer heeft mooie nieuwe kleren aan!”. “Nee joh, het is gewoon een Hema-onderbroek”.
Van trendsetters via trendvolgers zijn we nu in de achterhoede van het postmodernisme belandt. Met veel imitaties en halve ideeën. De door Hans den Hartog Jager genoemde nabootsingen van 17e eeuwse stillevens passen hierin. Heb je zelf geen goed idee, recycle er dan een. We worden overspoeld met conceptjes die passen binnen het CKV-onderwijs op middelbare scholen: vierhonderd foto’s van vakwerkhuisjes, vergroten of juist verkleinen van gevonden beelden, een portret op de manier van Andy Warhol……

De kunstcritici en curatoren hebben de taak om een hoge standaard te bewaken. Ik ben het van harte met Hans den Hartog Jager eens als hij zegt ”….. ook kwalitatief onderscheid is ver te zoeken. Rijp en rot, vernieuwend en modieus: de fotomusea tonen alles, als het er maar een beetje prettig uitziet”.
De vraag is natuurlijk of dit te verwijten valt aan luie fotografen of aan luie curatoren en galeriehouders. De expositieinrichters hebben een belangrijke taak die ze onvoldoende serieus nemen. De ultieme vraag “Is het eigenlijk wel goed genoeg” wordt onvoldoende gesteld. Misschien vinden we het allemaal wel even best, zo aan het eind van een tijdperk. Het wordt tijd voor iets anders.

Voorbereidingen expositie

Vanaf 26 januari exposeer ik met Herman Vreman foto’s in het gemeentehuis van Zevenaar. We zijn nu druk met de voorbereidingen. Uitnodigingen zijn gemaakt, foto’s geselecteerd en ik ben de afgelopen dagen bezig geweest met vermelding op verschillende websites.

Het wordt een mooie tentoonstelling met stadsgezichten van Antwerpen. Goede foto’s – ongeveer 50 – van verschillende onderwerpen die je in een stadse omgeving aan kunt treffen.
Wj denken dat het een leuk beeld geeft. De locatie – de Burgerstraat in het gemeentehuis van Zevenaar – is ook heel mooi. Er komen van nature al veel bezoekers en het is een mooie, lichte ruimte. Ik denk dat het een mooi geheel wordt.

Gast van de maand

De dag voor kerstmis werd ik verrast met een email van Wim Jenniskens uit Venray. Hij vroeg mij of ik gast van de maand wil zijn op zijn website. Ik voel mij natuurlijk zeer vereerd. Wim maakt fraaie foto’s, heel goed verzorgd en vaak met humor. Dus ben ik gevleid door zijn oordeel. De komende dagen ga ik een paar foto’s uitzoeken voor de site van Wim……
Als je iets van zijn fotografie wilt weten, kijk dan op deze website: //home.hetnet.nl/~w-jenniskens/ Binnenkort staan daar ook een paar foto’s van mij bij!!