Auteursarchief: Ton

De vloek van de perfectie

Ed Burtynsky, expositie in Huis Marseille in Amsterdam op 7 februari 2010

De eerste foto bij binnenkomst bewijst meteen de bijzondere kracht van (super)grootformaatfotografie. Een ogenschijnlijk gemakkelijke registratie van een snelheidsrace op een Amerikaanse zoutvlakte. Of eigenlijk nog niet eens de race, maar meer nog voertuigen en toeschouwers die staan te wachten in afwachting van de race.

Wat een detail! Je wordt de foto in gezogen! Hier zie je een groepje mensen bij elkaar, daar staat een zonderling apart, verderop weer wat interactie tussen mensen. En alles haarscherp, heel gedetailleerd. Alsof de foto uit heel veel losse foto’s bestaat, en toch een geheel vormt.
Dit is wat ‘deadpan’ fotografen doen: afstand nemen, het geheel als objectieve waarnemer laten zien, en de toeschouwer het beeld af laten tasten. Dit voorbeeld overtuigt je direct van de waarde van deze stroming.
Meer voorbeelden hangen er op de expositie Oil. De foto ‘Breezewood, Pennsylvania, 2008’ met een veelheid aan reclameuitingen en waarschuwingsborden. Magnifiek. Hoewel niet helemaal objectief, want door het gekozen standpunt drukt Burtinsky alle borden op elkaar waardoor ze nog drukker ogen dan ze waarschijnlijk zijn. Wel een foto waar je heel lang naar kunt blijven kijken en waar je steeds nieuwe dingen in ontdekt.
Een banaal plaatje als je het op klein formaat zoals hieronder ziet maar een knaller als je er tijdens de expositie mee geconfronteerd wordt.

Een van zijn foto’s van LA heeft dat ook. Door het ongelooflijke detail zie je de stad zoals je die nog nooit hebt gezien. Een enorme vlakte aan kleine, lage huizen, doorsneden door strakke wegen. En aan de horizon een verdwaald groepje wolkenkrabbers en het bordje Hollywood in de heuvels.

De foto ‘Densified Oil Filters, Hamilton, Ontario’ is ook een overtuigend voorbeeld, ook al is het onderwerp totaal anders. Wat een indruk laat deze foto achter! Burtynsky maakt van een grote stapel in elkaar afgewerkte oliefilters een abstract schilderij met een prachtige dieptewerking en fraaie kleuren. En kom je dichtbij dan is iedere tekst op de samengeperste filters leesbaar. Prachtige kleur, mooi de nadruk op het midden van het beeld gelegd, en zowel op afstand als van heel dichtbij boeiend en overtuigend.

Ik vond op Internet een foto van Edward Burtinsky met een Linhof Technika, poserend naast een olietanker-in-slooptoestand in Bangladesh. Blijkbaar zijn die foto’s gemaakt met een 4 x 5 inch camera. Zij komen minder gedetailleerd over. Niet heel erg bij die reportage-achtige foto’s, maar bij andere opnamen gaat het storen dat er minder detail in zit. Blijkbaar gebruikte Burtynsky voor de eerst genoemde foto’s 8 x 10 inch.

De minder gedetailleerde opnamen gaan je dan ineens tegenvallen. Ik kan me zo een aantal foto’s voor de geest halen waar ik ook die enorme detailscherpte had willen zien. Bijvoorbeeld bij een complexe kruising van snelwegen. Ook een foto die heel veel andere opnamen in zich draagt. Maar door minder detailscherpte werkt het niet meer als je dichtbij komt. Je ziet korrel, geen strakke vormen.

De expositie van Burtynsky maakt duidelijk: als je het pad van de perfectie opgaat is ontzettend goed ineens niet meer goed genoeg. Gebruik je heel veel detail in je foto’s, dan gaat het storen als sommige foto’s minder detail tonen.
Dat is een verdrietige constatering als iemand zoveel moeite voor zijn foto’s doet als deze Canadese grootmeester.

Waarin ligt de grote waarde van zijn werk? In de moeite die hij doet om unieke aansprekende beelden te maken. Die op zichzelf staan en overtuigen, maar in een serie gevoegd een breed verhaal vertellen. Zoals in het geval van Oil de winning, de beschadiging van het landschap, het gebruik, de invloed op de infrastructuur en uiteindelijk het afdanken van voertuigen die fossiele brandstoffen verbruiken.

Het is een verhaal dat verteld wordt middels esthetiek. Vorm, compositie, kleur, structuren, formaat, kadrering. Minder middels inhoud, vertelling, dubbele betekenissen.
Burtynsky is een fotograaf die zijn metier beheerst. Die kiest voor verstilde overzicht biedende foto’s, en daar ver voor gaat. Ver in verschillende betekenissen: hij gaat ver in de moeite die hij steekt om ergens binnen te komen, hij gaat ver in de zin van afstanden overbruggen, en hij gaat ver in het zoeken van standpunten van waaruit zijn beelden het beste in beeld gebracht kunnen worden.

Gediplomeerd recensent

Op de Fotovakschool in Amsterdam heb ik op 19 december 2009 mijn afstudeeropdracht voor de opleiding Fotoreflectie, afdeling recensent, gehouden. Hiervoor heb ik een recensie geschreven die zou passen in dagblad De Gelderlander.
In mijn presentatie heb ik drie onderwerpen aangestipt: driehonderd woorden, de vloek van Internet en het probleem van een brede doelgroep. Die driehonderd woorden slaan op het aantal woorden dat een recensie in De Gelderlander doorgaans telt. Bijna ondoenlijk om in zo’n beperkte ruimte een beeld van een expositie te schetsen, iets over de kunstenaar te vertellen en een afgewogen oordeel te geven.
De vloek van het Internet gaat over het feit dat informatie altijd beschikbaar blijft. dat legt een grote verantwoordelijkheid bij de recensent, zowel ten aanzien van de gerecenseerde als ten aanzien van je eigen imago.

Sally Mann, 19e eeuws picturalist

Het Fotomuseum in Den Haag presenteert tot januari 2010 foto’s van Sally Mann. Vijf series zijn uitgekozen om haar werk te representeren. Haar ‘doorbraakserie’ Immediate Family, de landschapsserie Deep South, What Remains I en II over vergaan en vergankelijkheid en Faces over…..ja waarover eigenlijk?

Immediate Family is hierin zonder twijfel de sterkste serie. Sally Mann presenteert zichzelf als romantisch picturalist met moderne technische middelen. De familieportretten (voornamelijk foto’s van haar drie toen nog jonge kinderen) schetsen een pastoraal beeld. Gemaakt in een perfecte techniek, gepresenteerd op een mooi 50 x 70 cm formaat, een geweldig vakmanschap. De foto’s zijn ook oneindig veel mooier dan dezelfde afbeeldingen in een boek.
Mann presenteert een idyllisch landschap dat lijkt op 17e eeuwse italianiserend schilderijen. Ze gebruikt subtiele attributen (tomaatjes, een watermeloen, speelgoed) dat toevallig aanwezig lijkt maar exact op de juiste plek in beeld ligt en de compositie versterkt. Een aantal foto’s verwijst bedoeld of onbedoeld direct naar bekende schilderijen zoals de Venus van Botticelli. Haar kinderen zijn soms sereen, soms uitdagend, maar in ieder geval heel erg zichzelf.
Het is logisch en terecht dat ze hiermee internationaal is doorgebroken.

De serie Deep South uit 1993-1998 laat landschappen uit haar geboortestreek zien. In sommige foto’s is opzettelijk een slecht objectief gebruikt: in het midden is het min of meer scherp, daarbuiten al snel onscherp en in de hoeken valt het licht weg en ontstaan donkere delen. Sommige foto’s tonen beschadigde emulsie, waardoor de foto’s teruggezet lijken naar de 19e eeuw. Hiermee positioneert ze zichzelf helemaal in de eerste picturalistische golf van rond 1870-1880 en daar komt ze niet meer uit.

Vanaf nu neemt de imperfectie alleen maar toe. Zowel in What Remains als in Faces krijgt het de overhand. Het ondersteunt het idee van vergankelijkheid en vervaagde herinnering wel, maar het wordt uiteindelijk teveel.
In Faces laat ze in sterke close-up de gezichten zien van haar inmiddels volwassen kinderen. Onscherp, krassen en emulsiefouten goed zichtbaar, het negatief aan de randen beschadigd, ongelijk ontwikkeld en met fixeervlekken. Soms lijken haar kinderen tussen dood en leven te hangen, soms lijken ze door de extreem lange sluitertijd weg te dromen. Sluit dit aan op What Remains of is het een vervolg op Immediate Family?

Ik vroeg mij af hoe What Remains zou overkomen als de serie gemaakt zou zijn met dezelfde techniek als Immediate Family. Zou Sally Mann dan een eigentijdse fotograaf kunnen zijn in plaats van een 19e eeuwse?

In de boekwinkel van het museum liggen fotoboeken die ook ander werk laten zien. Doet Sally Mann zichzelf niet tekort door deze vijf series als haar definitieve werk te laten tonen? In dat geval heeft ze met Immediate Family wel heel vroeg in haar carrière gepiekt. Wel een hoge piek trouwens.

Toppers bij Noorderlicht

Op zaterdag 3 oktober heb ik Noorderlicht bezocht. Dit zijn mijn favorieten:

Pieter ten Hoopen met ‘Touche moi’: prachtige panoramische beelden van mensen in Stockholm, in een warm wollig bruinig zwart.

Lurdes Basolí met foto’s uit Caracas: zwartwitfoto’s van een criminele hoofdstad. Indringend, technisch perfect. Past in een traditie van grote reportagefotografen.

Adam Patterson met ‘Another lost child’: indringende serie van een zwarte jongen uit een buitenwijk van Londen, die enerzijds tegen gangs aan hangt en anderzijds zijn tedere kanten laat zien als vader van een jonge zoon; met fantastisch ondersteunende teksten die uitdrukking geven aan zich miskend voelen, stoer doen en vooruit willen komen. Jammer dat de teksten niet in de catalogus staan, ze voegden veel toe. Zo’n sterke ondersteuning van foto’s door tekst heb ik zelden gezien.

Aïda Muluneh met ‘Ethiopia past/forward’: technisch perfecte en indringende portretten van Ethiopiërs. Weer iemand die de techniek ten volle beheerst. Dat zie je op Noorderlicht gelukkig heel veel. Zelfs in de felle zon zijn de witten doortekend en de zwarten lopen niet dicht. De composities zijn geweldig.

Laurence Leblanc met ‘ Dithy, Chéa, Kim Sour et les autres’. Bewust onscherpe foto’s uit Indochina (?); sommige heel sterk, daarbij krijg je een droomwereld voorgeschoteld waarin suggesties worden gegeven. Bij andere foto’s heb ik twijfel: is er voldoende herkenning?

David Damison met ‘Dockers de Pont-Noire’. Zwartwitportretten van arbeiders uit een havenstad in Congo. Trotse mannen. Mooie stofuitdrukking. Middenformaat. Gave zwartwitprints. Ook hier draagt de beheersing van de techniek enorm bij aan de zeggingskracht van het beeld.

Mark Nozeman presenteert met ‘Belgrade belongs to me’ een sterke serie van jongeren in Belgrado. Stijlvast. Fraaie helderheid in de foto’s. Kleurverzadiging teruggeschroefd. Eigentijdse uitdrukking in het beeld.

Tim Hetherington is vertegenwoordigd met foto’s van slapende soldaten. Maar dat is niet alles. De beelden worden geprojecteerd in combinatie met video (en audio) van hun inzet overdag. Op drie schermen geprojecteerd krijg je een indruk van wat de soldaten meemaken. Een van hen raakt in shock; heel levensecht en verbijsterend hoe zo’n grote sterke man zo de weg kwijt kan raken.

Verder natuurlijk de foto’s van Palestijnse fotografen, verzameld door Stuart Franklin. Heel betrokken en diep menselijk, niet propagandistisch wat ik had gevreesd. Maar ik ben wel benieuwd naar de tekst van Franklin die door Associated Press is weggecensureerd.

Ook geweldig om te zien: het grote overzicht van Teun Voeten.

En ik heb weer wat meer waardering voor een conceptuele aanpak. Dat Susan Meiselas haar foto’s van het Nicaraguaanse verzet van dertig jaar geleden op grote doeken liet afdrukken en die een paar jaar geleden in Managua ophing op de plaats waar ze gemaakt zijn om de reacties van voorbijgangers vast te leggen was boeiend. Jammer dat je zo weinig tijd hebt om de video’s af te kijken. En de pasfotocollectie uit Beslan van Anastasia Khoroshilova is een bonte collectie van fotostijlen, kapsels, kleding, gebruik van make-up, gouden tanden, achtergrondjes, rituelen (te zien in de feestelijke dracht van kinderen) waardoor een hele gemeenschap in beeld wordt gebracht. Uiteindelijk misschien eerder antropologisch dan fotografisch, maar wel een interessant fenomeen.

Fotoreflectie deel 2

Deze week ontving ik van cursuscoördinator Pieter van Leeuwen een goedkeurende reactie op mijn afstudeeropdracht voor de HBO-Leergang Fotoreflectie. Ditmaal met betrekking tot de richting Rondleider/Recensent, nadat ik in juni de richting Docent al heb afgerond. Dat betekent dat ik in december mijn tweede certificaat ga krijgen.

Twee decennia wereldnieuws

Op 18 augustus stond ik oog in oog met twee decennia wereldnieuws. Het Ludwig Museum – Museum of Contemporary Art in Boedapest houdt van 3 juli tot en met 11 oktober een overzichtstentoonstelling van Robert Capa.

‘On show’ zijn 200 foto’s van Capa van onder andere de Spaanse burgeroorlog en de landing van geallieerde troepen in Normandië in 1944. De foto’s komen uit een collectie van 937 die Robert Capa’s broer Cornell tussen 1990 en 1992 selecteerde uit zijn gehele archief met 70.000 negatieven. Deze foto’s vertegenwoordigen het beste werk van Capa. In 1995 zijn drie sets afdrukken gemaakt op het formaat 40 x 50 cm, met gebruikmaking van traditionele afdruktechnieken. De foto’s dragen Robert Capa’s naam in blinddruk. De afspraak is gemaakt dat dit de drie definitieve series zijn en dat van de negatieven niet meer afdrukken zullen worden gemaakt. Een serie bevindt zich in New York, een in het Fuji Art Museum in Tokio en de derde set behoort tot de historische fotocollectie van het Hongaars Nationaal Museum.

In Capa’s geboortestad (zijn Joods-Hongaarse ouders hadden een winkel in Boedapest) is hier nu een deel van te zien, in een mooie nieuw museum, dat mogelijk is gemaakt door het verzamelaarsechtpaar Ludwig uit Keulen.

Robert Capa (geboren als Endre Friedmann) ging als 20-jarige naar Berlijn voor een opleiding in politieke wetenschappen. Tussen 1936 en 1939 ging hij als vrijwilliger naar Spanje om de burgeroorlog te fotograferen. Hiermee startte zijn imposante carriere als oorlogsfotograaf.
Veel Spanje-foto’s zijn technisch opvallend slecht (korrelig, weinig detail, geen bijzondere compositie). Het belangrijkste wat ze zeggen is: ik was erbij, ik stond er tussenin, en zo zag het eruit. De foto’s hebben wel een belangrijke historische lading en hebben bijgedragen aan indringende discussies over persfotografie: Capa was de eerste die een sneuvelende soldaat liet zien.

Na reportages in Spanje maakte hij een reis naar China om in gezelschap van Joris Ivens een reportage te maken. Hij had er weinig bewegingsvrijheid, maar zijn foto’s zijn wel opvallend veel beter dan die uit Spanje. Ze tonen meer detail, hebben minder korrel, mooiere gradaties. Gebruikt hij hier een andere film, andere camera? Het is een beetje a-typisch werk; het bedachtzamere fotograferen komt in 1947-1950 nog een keer terug in reportages rond de oprichting van de staat Israël.
Na China volgt de tweede wereldoorlog. Hij maakt onder andere reportages van de Blitzkrieg in Londen. In 1943 voegt hij zich bij de Amerikaanse troepen die in Zuid-Italië bezig zijn met de bevrijding. Hij volgt de Amerikanen naar Napels en is er bij als de geallieerden op D-Day in Normandië landden. Zijn foto’s mislukken bijna allemaal door een onoplettende laborant (van de 108 foto’s blijven er maar 8 bewaard), maar zijn naam is voorgoed gevestigd.
Capa is daar waar de actie is, en precies daar. Niet tien kilometer erachter. Hij krijgt dan ook veel waardering voor het feit dat bij hetzelfde doet als de soldaten die hij fotografeert. Na D-Day volgt de opmars in Normandië en het Ardennenoffensief, en tenslotte laat hij zich met paratroopers droppen achter vijandelijke linies bij het Duitse Wesel.

Als de oorlog is afgelopen fotografeert hij de bevrijding van Parijs. Leert Picasso daar kennen, en Ingrid Bergman die een tour voor de Amerikaanse troepen houdt. Als hij haar later in de USA weer tegenkomt krijgt hij een 2-jarige verhouding met de getrouwde Bergman. Als zij zich wil laten scheiden heeft Capa genoeg van het wereldje in Hollywood (na eerst nog een korte carriere als filmregisseur te hebben geprobeerd) en neemt opdrachten van tijdschriften aan voor reportages in o.a. Rusland en Israël. In 1954 neemt hij waar voor een collega en gaat naar Indo-China. Bij een convooi van Franse troepen ergert hij zich aan het langzame verloop, stapt uit en loopt een veld in waar soldaten uit tevoorschijn komen. Hij loopt op een landmijn en sterft in Vietnam op 40-jarige leeftijd.

Het leven en het werk van de charismatische, erg aanwezige, energieke Capa (die altijd het middelpunt is en gemakkelijk in de omgang is) wordt in het Ludwig Museum chronologisch gevolgd. Dat maakt het erg prettig om de expositie te bekijken.
Zijn mooiste foto’s? De series uit China en Israël omdat ze veel betrokkenheid tonen en enorme rust uitstralen. Maar meer nog de foto’s uit de tweede wereldoorlog waar hij dicht op de Amerikaanse troepen zat. Capa was daar waar de actie was en laat de kijker ook nu – in 2009 – nog meebeleven hoe het echt was. Alsof de kijker zelf deel van de actie uitmaakt. Heel overtuigend.

Verantwoordelijk werk

Deze week heb ik mijn eindopdracht afgerond voor de HBO-opleiding Fotoreflectie, richting recensent-rondleider. Hiervoor heb ik een recensie geschreven over een fototentoonstelling die voldoet aan de richtlijnen van dagblad De Gelderlander.

Dertig jaar geleden werkte ik als verslaggever voor dagblad De Graafschapbode in Doetinchem (toen concurrent van De Gelderlander, een aantal jaren geleden door die krant ingelijfd). Bij het schrijven van de recensie werd ik mij er van bewust dat je met andere spelregels te maken hebt dan 30 jaar geleden. Toen kon je je nog wel een miskleun (of laten we zeggen een minder gelukkige bespreking) permitteren. Door de beperkte verspreiding van een regionale krant en de beperkte houdbaarheid was het leed na een paar dagen wel geleden. Krant in de prullenbak, recensie vergeten.
In dit internetperk blijft iedere bespreking echter altijd vindbaar. Daardoor heeft de recensent een veel zwaardere verantwoordelijkheid tegenover de kunstenaar. Die kan zijn leven lang achtervolgd worden door een negatieve bespreking.
Maar ook omwille van je eigen autoriteit moet je verantwoord te werk gaan. Een ongenuanceerde of zelfs foute bespreking kan jezelf als recensent ook in de weg blijven zitten.

Als ik dat zo opschrijf bekruipt mij nog een gedachte: zoekmachines koppelen de kunstenaar via een recensie voor eeuwig aan de recensent (of een blogger, een forumdiscussieerder), of je dat nu wilt of niet. Dat kan heel nadelig zijn voor je imago.

En omgekeerd zou je als internetgebruiker jezelf dus ook kunnen profileren door van alles van bepaalde kunstenaars te gaan vinden. Of zou dat laatste niet zo eenvoudig zijn? Zouden zoekmachines daar doorheen prikken?
Op 21 juni publiceerde ik een stukje over de expositie van Elspeth Diederix in museum Jan Cunen in Oss. Als ik met Google zoek op ‘Elspeth Diederix’ dan vind ik mijn bijdrage niet terug in de eerste 450 hits. Erg teleurstellend.
Maar als ik nu de zoekopdracht verander in ‘Elspeth Diederix Oss’? Ja: op plaats 15. Vier plaatsen hoger zelfs dan de recensie van Volkskrant-recensent Merel Bem. En nu ik Merel Bem en De Volkskrant in dit stukje alweer twee keer heb gemeld stijgt mijn autoriteit al weer een beetje. Zou het echt zo werken?

Eerste cursisten Fotoreflectie afgestudeerd

Zaterdag 27 juni studeerden de eerste zeven cursisten van de gecertificeerde HBO-leergang Fotoreflectie (waaronder ikzelf) af aan de Fotovakschool. Dat gebeurde tijdens een openbare presentatie van afstudeeropdrachten door de cursisten.

Fotoreflectie is de eerste en enige HBO-opleiding die opleidt in het spreken (en schrijven) over en bespreken van foto’s. De leergang is een initiatief van de Fotobond, Kunstfactor, het Nederlands Fotomuseum, de Beeldfabriek en de Fotovakschool.

Ik heb de specialisatie Docent afgerond met een cursus over het bespreken en interpreteren van foto’s. In deze vier avonden durende cursus wordt ingegaan op de belangrijkste beeldelementen die in besprekingen aan bod kunnen komen. Het programma is heel afwisselend en bevat theorie, oefeningen, inspirerende huiswerkopdrachten en leuke presentaties. De deelnemers aan mijn cursus (leden van Fotokring De Liemers in Zevenaar) waren erg enthousiast, en tijdens mijn presentatie aan de Fotovakschool kreeg ik hier ook veel waardering voor.


Ondertekening van het certificaat door FVS-coördinator Tom Meerman rechts). Docent Pieter van Leeuwen (midden) kijkt toe.

Drie keer nee (in één weekend)

In het afgelopen weekend ben ik er drie keer op aangesproken dat ik foto’s stond te maken. Ik was zaterdag met een vriend in Duisburg en we liepen wat architectuur en reflecties te fotograferen in een winkelcentrum toen een vriendelijke mevrouw mij kwam vragen wat wij fotografeerden, omdat fotograferen niet toegestaan was. Na uitleg dat het ons niet om de mensen ging maar om het gebouw en het licht was het wel OK, maar geen mensen en geen winkelinterieurs bitte.

Even later reden we over een industrieterrein de buurt van de Innenhafen (de grootste binnenhaven van West-Europa zegt men) toen we hinderlijk gevolgd werden door een busje van een bewakingsdienst. Geen idee hoe ze ons zo snel hadden opgemerkt.

En op zondag was ik in museum Jan Cunen in Oss. Van tevoren de website bekeken: alleen fotograferen met statief of flits was verboden. Toch werd ik er op aangesproken (ook weer heel vriendelijk) dat fotograferen tijdens de expo van fotografe Elspeth Diederix niet was toegestaan. Best, maar al haar foto’s staan op haar website www.elspethdiederix.com. Daar kun je ze gewoon downloaden.

Waar komt deze opwinding vandaan? Wat doen fotografen verkeerd, waarom die achterdocht? Waarom zet iedereen zijn hele hebben en houwen op Hyves en Facebook, maar discussiëren we anoniem op webfora. Waarom delen we ons complete inkoopgedrag met Albert Heijn via de airmilespas maar is het een bezwaar als je in de openbare ruimte een keer gefotografeerd wordt? Of zijn fotografen inmiddels wel heel erg opdringerig en alomtegenwoordig?

Helium in de woestijn

‘Mijn droom is dat ik dit kan blijven doen. Dat ik kan blijven reizen en foto’s kan maken’. Een citaat uit de documentaire van het tv-programma Hollands Zicht over Elspeth Diederix, die tot eind juni 2009 vertoond wordt in museum Jan Cunen in Oss.
De documentaire geeft toelichting bij de eerste museale solotentoonstelling van de Amsterdamse fotografe. In de expositie worden we meegenomen in Elspeths droom. Fascinerende foto’s die door de museale presentatie in de fraaie museumvilla goed tot hun recht komen.
De in de Bovenkamer (schitterende naam voor een zolderkamer waar een inkijkje gegeven wordt in de beweegredenen en werkwijzen van de kunstenaar) vertoonde video laat Elspeth Diederix uitgebreid aan het woord. Zonder hoge pretenties en met veel enthousiasme vertelt zij over haar manier van werken.
Hilarisch is de tocht door de Sinaï-woestijn. Voor een opdracht van de Rabobank wilde ze een foto maken van een soort mobiel, tegen een bergachtige achtergrond. De Sinaï gaf haar het landschap dat ze zocht. En uit een eerder project wist ze dat je voorwerpen kon laten zweven door ze aan met Helium gevulde ballonnen op te hangen. Dus zocht ze een bedrijf dat de ballonnen kon vullen, bond de enorme gasgevulde ballonnen op de imperial en ging naar de plaats van de opname. Dat leverde fantastische absurde filmbeelden op van een kunstenares die weliswaar heel inventief maar ook een beetje onpraktisch te werk gaat.
Maar de foto’s zijn prachtig. Niet te zien in Oss helaas, maar wel op haar website: //www.elspethdiederix.com/ (ga naar commissions/Rabobank).

Wel in Oss: een zaal die van boven tot onder behangen is met kleine foto’s die laten zien hoe Elspeth Diederix met haar fotografie bezig is. Een aanstekelijke zoektocht, die leidt tot niet meer dan ongeveer zes foto’s per jaar die zij echt de moeite waard vind om aan haar oeuvre toe te voegen. Het is een geweldige vondst van met museum om dit zo aan het publiek te tonen. Deze zaal en de videopresentatie maken een bezoek aan Jan Cunen al de moeite waard.