Auteursarchief: Ton

Orozco: beleef de werkelijkheid met meer intensiteit

Deze maand start een expositie van Gabriel Orozco in Tate Modern in Londen. Bij Tate is een leuke video te zien waarin Orozco in gaat op zijn drijfveren:

Klik voor video

Orozco legt uit dat kunst in staat is om een moment van bewustzijn te creëren bij de beschouwer; hij ziet kunst niet als een massa-spektakel maar als een individuele beleving. De kijker moet daar moeite voor doen: “Ieder werk dat ik maak heeft concentratie van de kijker nodig om begrepen te worden, om het goed te doorgronden, om te begrijpen wat er achter een werk zit dat eenvoudig of banaal oogt”.

Zijn werk lijkt bij eerste beschouwing oppervlakkig, gericht op een kortstondig vaak humoristisch effect. Daar zegt hij over: “In het algemeen gaat mijn werk niet om het bewijzen van mijn vaardigheden en technieken. Ik laat dingen zien die niet zo moeilijk te maken zijn, die iedereen zou kunnen maken”.
Wat hij wil bereiken is dat mensen die naar zijn foto’s kijken ook zelf in de alledaagse werkelijkheid elementen uit zijn foto’s gaan herkennen. De moeite die je moet doen om de kunstenaar te begrijpen leidt tot een scherper bewustzijn en scherpere waarneming: “Met mijn werk kan ik mensen helpen de werkelijkheid meer te waarderen en het leven met meer intensiteit te leven”.

Dat is toch een mooie gedachte: door te kijken naar foto’s ga je ook je eigen omgeving bewuster ervaren.


Niet voor publicatie

Vandaag werd ik zogezegd ‘getriggerd’ door een bericht in de NRC over een expositie van foto’s van W. Eugene Smith. Frits Abrahams schrijft: ‘Hoe indrukwekkend de fototentoonstelling over W. Eugene Smith in het Amsterdamse FOAM ook is, het is jammer dat uitgerekend de belangrijkste foto in een nogal donkere nis hangt. Die foto heet Tomoka Uemura in Her Bath. De foto is even bijzonder als het verhaal erachter. Een moeder baadt op deze sobere zwartwitfoto haar mismaakte dochter. Alles op de foto straalt liefde en overgave uit. Die foto mag niet meer gepubliceerd worden en is daarom alleen nog op tentoonstellingen en op internet te zien’.

Het verhaal deed mij denken aan een ervaring die ik vorig jaar had in Nagasaki. In het museum waar de ontploffing van de tweede atoombom wordt herdacht zag ik een foto van Joe O’Donnell. Ook een beetje verstopt, met een verbod om een foto te maken, en met een mooi verhaal. Dit is de foto:

en dit is het verhaal over A Boy Standing at a Crematory in Nagasaki, 1945:

Joe O’Donnell took photographs of Japan after the Second World War as a news photographer for the American military. Recently he spoke to a Japanese interviewer about his picture of a boy standing amid burned ruins next to a crematory. The following is a paraphrase of what he said:

‘When I arrived at Nagasaki from Sasebo, I looked down at the city from the top of a low hill, I saw some men wearing a white mask. They were working near a ditch full of burning coal.

I noticed a boy about ten years old walking by. He was carrying a baby slung on his back. In those days, in Japan, it was common to see children playing in vacant lots with their little brothers or sisters on their backs, but this boy was clearly different. I could see that he had come to this burning ground for a serious purpose. He was barefoot. When he reached the edge of the crematory, het stopped and peered ahead with a fixed expression. The infant’s head was tipped back as if the baby were fast asleep.

The boy stood there next to the area for about ten minutes. The men in white masks walked over to him and gently began undoing his cords that were holding the baby. Then I first realized that the baby was already dead. The men held the body by the hands and feet and placed it gently on the hot coals.

The infant’s body made a hissing sound as it was placed in he fire. Then it lit up in brilliant flames like a deep red of the setting sun. The boy stood there erect and motionless with his innocent cheeks shining scarlet. I noticed that the lips of the boy were also streaked with red as he watched the flames. He was biting his lower lip so hard that it shone with blood. The flames burned low like the sun going down, and the boy turned around and walked silently away from the burning pit’.

Beloond worden

Begin december besprak de Arnhemse fotograaf Hans Franz foto’s bij Fotokring De Liemers in Zevenaar. Hans legt uit wat hij zoekt in een foto: “Als ik naar foto’s kijk dan wil ik beloond worden”. Een mooi statement. Beloond willen worden voor de moeite die je neemt, en dan maakt het niet zoveel uit hoe je wordt beloond. Door esthetiek, een mooie druk, een interessant gegeven. Hans vond dat hij die avond verschillende keren heel erg beloond werd. En dat is dan weer een mooi compliment.

Gaan we naar een avond van onze fotoclub dan is dat eigenlijk ook wat we willen: we willen beloond worden. Met een leuke avond, maar ook met goed, spannend, grappig, verhalend of prikkelend fotowerk. Een mooi verhaal erbij, een goede discussie, verschil van mening, je laten verrassen, open staan voor andere benaderingen.

Afgelopen jaar deden we als club een mentoraat met Jan Ros. Stimulerend. Als je beloond wilt worden (na grote inzet natuurlijk, dat spreekt voor zich….) dan moet je meedoen aan een mentoraat (bijvoorbeeld geleid door Jan).
Waar ligt de beloning in? Dat je nieuwe wegen kunt ontdekken, technieken kunt proberen, onderwerpen kunt onderzoeken, iets over je eigen fotografie leert en een flinke stap verder komt.
Na zo’n mentoraat volgt een zwart gat. Welk onderwerp pak je nu op? Ik worstel er nog even mee….. misschien de ondergewaardeerde landschapsfotografie? Er is een fotograaf die mij aanspreekt: Josef Hoflehner….. Zal eens wat werk van hem nader bestuderen.

Leermomenten

Eind augustus bezocht ik de tentoonstelling American Documents in het fotomuseum in Antwerpen. Ik heb het volgende geleerd:

1. De presentatievorm kan je tot andere inzichten brengen
2. Formaat doet er soms heel erg toe
3. Lee kan het nog
4. Goede namen en slechte selecties overtuigen niet
5. Nicholas Nixon en Mitch Epstein overtuigen wel

Bij 1. Foto’s uit deze serie van Walker Evans – getiteld Labor Anonymous en geschoten in 1946 – heb ik altijd als niet typerend voor Evans beschouwd. Ik vond het ook niet erg sterk.


Bron foto: //www.fulltable.com/vts/f/fortune/menug.htm

In de presentatie in het fotomuseum zag ik (voor het eerst) dat de parade van New Yorkers een uitbeelding is van stereotypen, zoals August Sander die twee decennia eerder in Duitsland vastlegde. Opmerkelijk, in het boek ‘Walker Evans First and Last’ zag ik ze als losstaande beelden. In dat boek zijn de foto’s nog vierkant en moet je pagina’s omslaan, in het museum zie je de foto’s allemaal naast elkaar en ontstaat meteen een ritme. Pas in het kleine formaat aan de wand van een museum herkende ik de catalogus van stereotypen.

Bij 2: De serie Homeland van Larry Sultan was in Antwerpen in kleiner formaat te zien dan ik eerder in Hannover had kunnen bewonderen. De foto’s zijn nog steeds sterk, maar ogen beduidend minder monumentaal. Deze foto’s hebben baat bij een groot formaat.

Bij 3: Er waren twee geweldige series van Lee Friedlander te zien. Veel oudere fotografen zullen zijn werk kennen uit de serie Time-Life fotoboeken uit de 70-er jaren. Raadselachtig, mooi gecomponeerd, prachtig van afdruktechniek en eigentijds zou ik ze willen noemen.

Bij 4: American Documents had grote namen: Nan Goldin, Dianne Arbus, Gary Winogrand, Robert Adams. Maar de geselecteerde beelden konden niet overtuigen. Jammer. Een andere keuze had de expositie nog veel feestelijker gemaakt!

Bij 5: Ik kende Nicholas Nixon en Mitch Epstein niet. Nu wel! Van beide fotografen een prachtige serie. Epstein deed mij aan Ed Burtinsky denken. Nixon was indrukwekkend. Zelden gezien dat een fotograaf zich zo vrij tussen zijn onderwerp kan bewegen, kan regisseren en toch volkomen natuurlijke foto’s maakt. Twee voorbeelden (in het echt is het nog veel mooier):

Larry Sultan: kijken naar jezelf

In het museum Kestnergesellschaft in Hannover worden tot eind augustus drie fotoseries van de Californische fotograaf Larry Sultan getoond: Pictures from Home, The Valley en Homeland. Gemeenschappelijke noemer: ze gaan over de streek waarin Sultan opgroeide.
The Valley geeft een inkijkje in de pornoindustrie, toont acteurs die zich vervelen tussen opnames in, en is tamelijk eendimensionaal. Pictures from Home (waarin zijn ouders acteren) en Homeland (met als gastacteurs Mexicaanse dagloners) gaan echter over meer: ze hebben universele betekenis los van de plaats waar de foto’s gemaakt zijn.

In Pictures from Home brengt Sultan zijn ouders in beeld, na de vervroegde pensionering van zijn vader. Enkele beelden uit deze serie zijn erg bekend, zoals deze:

Deze foto’s lijken op een documentaire manier te laten zien hoe twee oude mensen langs elkaar heen leven. Echter, de foto’s zijn niet documentair gemaakt. Sultan heeft zijn ouders tijdens het tien jaar lopende project laten poseren. Op Youtube is een interview te zien met de fotograaf en zijn vader waarin de laatste over een foto waarop hij apathisch op bed zit stelt: “Dat ben ik niet die daar op dat bed zit, dat ben jij. Dat is een zelfportret. Iedere keer als je die foto laat zien zeg je er maar bij dat ik dat niet ben daar op dat bed, helemaal aangekleed en nergens om naartoe te gaan, depressief. Dat ben jij op dat bed en ik help je graag met je project maar laten we de zaken wel zuiver houden!”

Als je deze serie op je in laat werken dan realiseer je dat het niet gaat om de ouders van Sultan en ook niet eens om Sultan zelf. Het gaat om universele beelden van mensen in een welvarend land. Waaruit bestaat het leven van mensen als de primaire levensbehoeften van huisvesting, voeding en kleding zijn vervuld en het arbeidzame leven is voltooid?

Ik zag een foto van de oude Sultan en zijn vrouw, ieder aan een kant van een ruit, waarbij je zag hoe hun huis gebouwd was; in welke staat het verkeerde.

De vensterbank is simpel uitgevoerd en beschadigd. Het aluminium kozijn niet meer bij de tijd. De buitenlamp aan vervanging toe.

Wat houdt de mensen in dit decor bezig? Kleine alledaagse dingen. Aandacht voor elkaar, maar ook elkaar ontwijken, kleine handelingen: stofzuigen, ontbijten, een beetje tuinieren……… Er is niet zo heel veel onderscheidends in het leven van een ouder wordende mens in een welvaartsmaatschappij. De foto’s van Larry Sultan laten je daarom ook naar je eigen ouders en naar jezelf kijken.

Ook in de serie Homeland laat Sultan je naar jezelf en je eigen vooroordelen kijken. In de serie gebruikt hij Mexicaanse dagloners die hij laat poseren in gebiedjes grenzend aan woonwijken (zoals Philip-Lorca diCorcia eerder mannelijke prostituees liet poseren in dezelfde regio).
Het decor zijn de veldjes waar Sultan als kind speelde. Grensgebieden tussen de besloten woongemeenschap en de buitenwereld. De Mexicanen poseren hierin alsof ze rituelen opvoeren, waardoor ze een legitieme plek hebben in het gebied dat voor de bewoners bestemd lijkt te zijn. Er ontstaan situaties die voor de gastarbeiders en voor de bewoners ongemakkelijk zijn.

Voor deze serie gebruikte Sultan een grootformaatcamera. De immense detaillering en stofuitdrukking die hij daarmee bereikt draagt bij aan het sacrale beeld. Hij krijgt het effect van een nauwgezet gedetailleerd schilderij. Met grootformaat bereikt hij ook dat je in de foto’s niet alleen een overzicht krijgt van de gehele situatie, maar ook onbeperkt in kunt zoomen op delen van de foto met behoud van detaillering. Zo kun je opgaan in een woonwijkje voor welgestelde Amerikanen, of in de aanpalende buitenwereld waar de gelegenheidsacteurs geposteerd zijn. Het roept vragen op, niet in het laatst de vraag hoe je zelf op deze mensen in je directe omgeving zou reageren.

De beelden zijn zo mooi gedrukt en zo rijk van detail dat afbeeldingen in een boek alleen maar tegen kunnen vallen. Iedere afbeelding uit deze serie in een boek of op een website doet deze foto’s geen recht. Ik heb het boek dus niet gekocht; maar ik heb wel iets over mezelf geleerd.

Larry Sultan in eind 2009 op 63-jarige leeftijd aan kanker overleden.

De moed van mejuffrouw Keller

“Dit is mejuffrouw Keller, de plaatselijke verpleegster. Zij toonde uitzonderlijke moed en vastberadenheid om haar dorpsgenoten te helpen. Ze ging van kelder naar kelder, zwaaiend met een geïmproviseerde witte vlag, om kleding en andere zaken te verzamelen. Ze kreeg snel te maken met gebrek aan medicijnen” (bijschrift bij dit fotootje in een permanente expositie in de kazemat van Hatten).

In het Franse plaatsje Hatten is een bescheiden tentoonstelling te zien over de Maginot-linie, de Duitse bezetting in WO II en de bevrijding door Amerikaanse troepen. De tentoonstelling bevat onder andere kleine foto’s die het dorpsleven laten zien in deze benauwde tijd. Deze foto sprong er voor mij uit.

De foto is gemaakt in januari 1945 en toont een mevrouw met een deken in haar armen. Of er iets in verborgen zit laat zich raden; ze draagt het pak alsof er een klein kind in gewikkeld is. Het is koud, er ligt sneeuw. De vrouw heeft haar hoofd goed ingepakt. Haar handen zijn vies, de wijsvinger aan haar linker hand zit in het verband; ze draagt een trouwring.
De wagen links (achterkant van een vrachtwagen, of een boerenkar?) met de mensen die er in vervoerd worden wekt associaties op. Vooral met deportatie. Het zijn oude mensen die in de wagen zitten, dat is nog net herkenbaar. Dat contrastreert met de suggestie dat juffrouw Keller een kind in de deken gewikkeld heeft.
Een vrouw met een meisje kijken toe; net als de jongen, die schijnbaar grote schoenen aan heeft voor zijn leeftijd.
Het is niet duidelijk wat zich hier precies afspeelt. Wel dat de fotograaf een perfecte compositie heeft gemaakt. Gezien de amateurkwaliteit zou het toeval kunnen zijn, maar een aantal elementen is hier heel mooi gerangschikt. Juffrouw Keller is prominent in beeld, aan de onderzijde aangesneden; dat maakt haar onbetwist tot hoofdonderwerp. De toeschouwers rechts staan mooi los van elkaar en de verschillende afstanden tot de verpleegster zorgen voor diepte en beeldhiërarchie.
De mensen in de kar laten vooral zien dat er een uitzonderlijke situatie aan de hand is; dit is geen normale manier van transport. Ze kijken op de zuster neer, waardoor zij kwetsbaarder lijkt. Het verband om haar vinger onderstreept die kwetsbaarheid ook. Zo zijn er meerdere elementen in het beeld die op elkaar aansluiten. Het maakt het kijken naar dit fotootje interessant. Het houdt je aandacht heel lang vast.

Wat er precies gebeurt is niet duidelijk, de tragiek is onbestemd. Is er acuut gevaar op het moment dat de foto genomen werd? Misschien valt het mee, als je heel goed kijkt zie je op de achtergrond heel wazig het rode kruis op een ambulance……

Frank Hurley verdient meer erkenning

Deze week het boek South van Ernest Shackleton gelezen. Een van de ongelooflijkste avonturen die je je kunt voorstellen: de Engelse poolreiziger Shackleton kwam in 1914 vast te zitten in het pakijs bij Antarctica waarbij zijn schip de Endurance verloren ging. Uiteindelijk moest hij in een ultieme reddingspoging in een open bootje 700 mijl afleggen om hulp te halen.

Ook ongelooflijk: de foto’s die de Australische fotograaf Frank Hurley van de expeditie maakte. Hurley werkte in barre omstandigheden met een logge platencamera. Hij fotografeerde bij temperaturen ver onder nul en ontwikkelde zijn glasplaten in de naast de machinekamer van het schip gelegen doka bij temperaturen net boven het vriespunt. Om spoelwater te krijgen moest hij ijs smelten.
Maar de omstandigheden zijn niet het uitzonderlijkst. Dat zijn de fantastische beelden van een fotograaf die midden in het gebeuren staat. Frank Hurley verdient hiervoor meer erkenning dan hem ten deel valt.

Hurley kwam in de expeditie omdat hij schulden had bij Kodak; zijn ansichtkaartenstudio was verliesgevend door een economische crisis. Kodak steunde hem met materiaal en zorgde na de expeditie voor verschillende exposities. Tijdens de expeditie fotografeerde Hurley ook in kleur; hij was een van de eersten die een nieuw Kodak proces (voorloper van de Kodachrome films) uitprobeerde. Ook maakte hij films. Kodak eerst nog steeds zijn held:
Klik hier voor een beschrijving van Hurley’s werk

Dat zijn foto’s bewaard zijn gebleven is uitzonderlijk. Toen de Endurance vermorzeld werd door het ijs moest Hurley zijn glasplaten redden door het ijskoude water in te duiken. Het was niet mogelijk alle platen mee te nemen vanwege het hoge gewicht. 400 zijn er vernietigd, 120 zijn gespaard gebleven, ook omdat de andere expeditieleden persoonlijke eigendommen achterlieten om het fotografische verslag te kunnen redden.
Klik hier voor beelden van de Shackleton-expeditie

Ergens zijn en ergens anders willen zijn

De eerste foto’s van Adam Jeppesen die ik te zien kreeg waren op de website van Paris Photo een paar jaar geleden. Zijn stille beelden waarin de kleurverzadiging was teruggedrongen leken met spanning geladen.

Deze week kocht ik zijn boek(je) Wave en het is een heerlijk product. Niet alleen vanwege de fascinerende foto’s, maar vooral ook door de uitvoering. Daardoor wordt het een mooi kleinood. Ja, dat is wel het goede woord. Het is een klein boekje, maar ook een juweeltje. Prachtig uitgevoerd, met een linnen kaft met subtiele kleuropdruk en zijn naam in blinddruk. De foto’s mooi afgedrukt op min of meer mat papier, dat bij het bladeren ook heel fijn aanvoelt.
De enige tekst is een weergave van een telefoongesprek van iemand die op reis is en zijn geliefde mist.

De foto’s van Adam Jeppesen laten veel te raden over. De keuze is ook niet consistent. Gemaakt in verschillende landen, de onderwerpen nogal verschillend, maar door de sfeer sluiten ze mooi op elkaar aan. Je kunt er lang naar kijken zonder dat ze zich helemaal prijsgeven. Daardoor blijft het een boeiend boek. Foto’s als poëzie.

Wat maakt zijn foto’s zo fascinerend? De kleine situaties de hij afbeeldt, uitsnedes uit omgevingen van gewone mensen, het gevoel ergens te zijn en ergens anders te willen zijn?

PMI – Plussen, Minnen en Interessante gedachten

Bij de voorbereiding van een cursus over foto’s bespreken stuitte ik op de PMI-methode van Edward de Bono.
De Bono heeft het denken over creatief denken een grote impuls geven met het begrip lateraal denken en met zijn zes-hoedenmethode. De truc van lateraal denken is dat als je tegen problemen aanloopt je deze problemen even parkeert. Als iets niet kan, doe dan alsof het wel zou kunnen en kijk welke mogelijkheden dan ontstaan. Misschien zijn die zo interessant dat je extra gemotiveerd bent het aanvankelijk probleem op te lossen. De Bono heeft hier veel succes mee gehad; hij was onder meer adviseur van de eerste winstgevende Olympische Spelen, die van 1984 in Los Angeles.

Naast de zeshoedenmethode (die ook toepasbaar is bij het bespreken van foto’s) bedacht De Bono ook de PMI-methode. Kern daarvan is dat je je oordeel uitstelt tot je een casus van alle kanten hebt bekeken (niet voor niets luidt een uitspraak van De Bono: ‘Wijsheid is als een groothoeklens’: zorg dat je alle aspecten in beeld hebt).

Bij de PMI-methode kom je pas tot een oordeel nádat je hebt gekeken naar de volgende aspecten:
– Plussen
– Minnen
– Interessante gedachten

Een mooi voorbeeld van de PMI-methode is een casus waarbij aan dertig schooljongens van een jaar of tien, elf de volgende stelling werd voorgelegd:

     Kinderen van 10 jaar moeten $ 5 per week
     krijgen als ze naar school gaan

Vóór het toepassen van PMI waren alle dertig jongens vóór, ná PMI 29 tegen. En waarom waren ze van mening veranderd? Ze hadden de volgende ‘minnen’ bedacht:

– De grote jongens op het schoolplein pakken het geld af
– Ouders geven geen cadeaus of zakgeld meer
– De schoolmaaltijden worden duurder
– Er komt ruzie over geld
– Waar komt het geld vandaan?
– Er is minder geld om leraren te betalen
– Hoe bepaal je hoeveel geld iedere leeftijdscategorie krijgt
– Er is geen geld meer voor een schoolbusje

PMI lijkt op de methode die Terry Barrett aanhoudt in zijn boek ‘Criticizing Photographs’: eerst jezelf informeren, daarna interpreteren en dan pas oordelen.