Op de Fotovakschool in Amsterdam heb ik op 19 december 2009 mijn afstudeeropdracht voor de opleiding Fotoreflectie, afdeling recensent, gehouden. Hiervoor heb ik een recensie geschreven die zou passen in dagblad De Gelderlander.
In mijn presentatie heb ik drie onderwerpen aangestipt: driehonderd woorden, de vloek van Internet en het probleem van een brede doelgroep. Die driehonderd woorden slaan op het aantal woorden dat een recensie in De Gelderlander doorgaans telt. Bijna ondoenlijk om in zo’n beperkte ruimte een beeld van een expositie te schetsen, iets over de kunstenaar te vertellen en een afgewogen oordeel te geven.
De vloek van het Internet gaat over het feit dat informatie altijd beschikbaar blijft. dat legt een grote verantwoordelijkheid bij de recensent, zowel ten aanzien van de gerecenseerde als ten aanzien van je eigen imago.
Categoriearchief: Geen categorie
De vloek van de perfectie
Ed Burtynsky, expositie in Huis Marseille in Amsterdam op 7 februari 2010
De eerste foto bij binnenkomst bewijst meteen de bijzondere kracht van (super)grootformaatfotografie. Een ogenschijnlijk gemakkelijke registratie van een snelheidsrace op een Amerikaanse zoutvlakte. Of eigenlijk nog niet eens de race, maar meer nog voertuigen en toeschouwers die staan te wachten in afwachting van de race.
![]() |
Wat een detail! Je wordt de foto in gezogen! Hier zie je een groepje mensen bij elkaar, daar staat een zonderling apart, verderop weer wat interactie tussen mensen. En alles haarscherp, heel gedetailleerd. Alsof de foto uit heel veel losse foto’s bestaat, en toch een geheel vormt.
Dit is wat ‘deadpan’ fotografen doen: afstand nemen, het geheel als objectieve waarnemer laten zien, en de toeschouwer het beeld af laten tasten. Dit voorbeeld overtuigt je direct van de waarde van deze stroming.
Meer voorbeelden hangen er op de expositie Oil. De foto ‘Breezewood, Pennsylvania, 2008’ met een veelheid aan reclameuitingen en waarschuwingsborden. Magnifiek. Hoewel niet helemaal objectief, want door het gekozen standpunt drukt Burtinsky alle borden op elkaar waardoor ze nog drukker ogen dan ze waarschijnlijk zijn. Wel een foto waar je heel lang naar kunt blijven kijken en waar je steeds nieuwe dingen in ontdekt.
Een banaal plaatje als je het op klein formaat zoals hieronder ziet maar een knaller als je er tijdens de expositie mee geconfronteerd wordt.
![]() |
Een van zijn foto’s van LA heeft dat ook. Door het ongelooflijke detail zie je de stad zoals je die nog nooit hebt gezien. Een enorme vlakte aan kleine, lage huizen, doorsneden door strakke wegen. En aan de horizon een verdwaald groepje wolkenkrabbers en het bordje Hollywood in de heuvels.
![]() |
De foto ‘Densified Oil Filters, Hamilton, Ontario’ is ook een overtuigend voorbeeld, ook al is het onderwerp totaal anders. Wat een indruk laat deze foto achter! Burtynsky maakt van een grote stapel in elkaar afgewerkte oliefilters een abstract schilderij met een prachtige dieptewerking en fraaie kleuren. En kom je dichtbij dan is iedere tekst op de samengeperste filters leesbaar. Prachtige kleur, mooi de nadruk op het midden van het beeld gelegd, en zowel op afstand als van heel dichtbij boeiend en overtuigend.
Ik vond op Internet een foto van Edward Burtinsky met een Linhof Technika, poserend naast een olietanker-in-slooptoestand in Bangladesh. Blijkbaar zijn die foto’s gemaakt met een 4 x 5 inch camera. Zij komen minder gedetailleerd over. Niet heel erg bij die reportage-achtige foto’s, maar bij andere opnamen gaat het storen dat er minder detail in zit. Blijkbaar gebruikte Burtynsky voor de eerst genoemde foto’s 8 x 10 inch.
![]() |
De minder gedetailleerde opnamen gaan je dan ineens tegenvallen. Ik kan me zo een aantal foto’s voor de geest halen waar ik ook die enorme detailscherpte had willen zien. Bijvoorbeeld bij een complexe kruising van snelwegen. Ook een foto die heel veel andere opnamen in zich draagt. Maar door minder detailscherpte werkt het niet meer als je dichtbij komt. Je ziet korrel, geen strakke vormen.
De expositie van Burtynsky maakt duidelijk: als je het pad van de perfectie opgaat is ontzettend goed ineens niet meer goed genoeg. Gebruik je heel veel detail in je foto’s, dan gaat het storen als sommige foto’s minder detail tonen.
Dat is een verdrietige constatering als iemand zoveel moeite voor zijn foto’s doet als deze Canadese grootmeester.
Waarin ligt de grote waarde van zijn werk? In de moeite die hij doet om unieke aansprekende beelden te maken. Die op zichzelf staan en overtuigen, maar in een serie gevoegd een breed verhaal vertellen. Zoals in het geval van Oil de winning, de beschadiging van het landschap, het gebruik, de invloed op de infrastructuur en uiteindelijk het afdanken van voertuigen die fossiele brandstoffen verbruiken.
Het is een verhaal dat verteld wordt middels esthetiek. Vorm, compositie, kleur, structuren, formaat, kadrering. Minder middels inhoud, vertelling, dubbele betekenissen.
Burtynsky is een fotograaf die zijn metier beheerst. Die kiest voor verstilde overzicht biedende foto’s, en daar ver voor gaat. Ver in verschillende betekenissen: hij gaat ver in de moeite die hij steekt om ergens binnen te komen, hij gaat ver in de zin van afstanden overbruggen, en hij gaat ver in het zoeken van standpunten van waaruit zijn beelden het beste in beeld gebracht kunnen worden.
Sally Mann, 19e eeuws picturalist
Het Fotomuseum in Den Haag presenteert tot januari 2010 foto’s van Sally Mann. Vijf series zijn uitgekozen om haar werk te representeren. Haar ‘doorbraakserie’ Immediate Family, de landschapsserie Deep South, What Remains I en II over vergaan en vergankelijkheid en Faces over…..ja waarover eigenlijk?
Immediate Family is hierin zonder twijfel de sterkste serie. Sally Mann presenteert zichzelf als romantisch picturalist met moderne technische middelen. De familieportretten (voornamelijk foto’s van haar drie toen nog jonge kinderen) schetsen een pastoraal beeld. Gemaakt in een perfecte techniek, gepresenteerd op een mooi 50 x 70 cm formaat, een geweldig vakmanschap. De foto’s zijn ook oneindig veel mooier dan dezelfde afbeeldingen in een boek.
Mann presenteert een idyllisch landschap dat lijkt op 17e eeuwse italianiserend schilderijen. Ze gebruikt subtiele attributen (tomaatjes, een watermeloen, speelgoed) dat toevallig aanwezig lijkt maar exact op de juiste plek in beeld ligt en de compositie versterkt. Een aantal foto’s verwijst bedoeld of onbedoeld direct naar bekende schilderijen zoals de Venus van Botticelli. Haar kinderen zijn soms sereen, soms uitdagend, maar in ieder geval heel erg zichzelf.
Het is logisch en terecht dat ze hiermee internationaal is doorgebroken.
De serie Deep South uit 1993-1998 laat landschappen uit haar geboortestreek zien. In sommige foto’s is opzettelijk een slecht objectief gebruikt: in het midden is het min of meer scherp, daarbuiten al snel onscherp en in de hoeken valt het licht weg en ontstaan donkere delen. Sommige foto’s tonen beschadigde emulsie, waardoor de foto’s teruggezet lijken naar de 19e eeuw. Hiermee positioneert ze zichzelf helemaal in de eerste picturalistische golf van rond 1870-1880 en daar komt ze niet meer uit.
Vanaf nu neemt de imperfectie alleen maar toe. Zowel in What Remains als in Faces krijgt het de overhand. Het ondersteunt het idee van vergankelijkheid en vervaagde herinnering wel, maar het wordt uiteindelijk teveel.
In Faces laat ze in sterke close-up de gezichten zien van haar inmiddels volwassen kinderen. Onscherp, krassen en emulsiefouten goed zichtbaar, het negatief aan de randen beschadigd, ongelijk ontwikkeld en met fixeervlekken. Soms lijken haar kinderen tussen dood en leven te hangen, soms lijken ze door de extreem lange sluitertijd weg te dromen. Sluit dit aan op What Remains of is het een vervolg op Immediate Family?
Ik vroeg mij af hoe What Remains zou overkomen als de serie gemaakt zou zijn met dezelfde techniek als Immediate Family. Zou Sally Mann dan een eigentijdse fotograaf kunnen zijn in plaats van een 19e eeuwse?
In de boekwinkel van het museum liggen fotoboeken die ook ander werk laten zien. Doet Sally Mann zichzelf niet tekort door deze vijf series als haar definitieve werk te laten tonen? In dat geval heeft ze met Immediate Family wel heel vroeg in haar carrière gepiekt. Wel een hoge piek trouwens.
Toppers bij Noorderlicht
Op zaterdag 3 oktober heb ik Noorderlicht bezocht. Dit zijn mijn favorieten:
Pieter ten Hoopen met ‘Touche moi’: prachtige panoramische beelden van mensen in Stockholm, in een warm wollig bruinig zwart.
Lurdes Basolí met foto’s uit Caracas: zwartwitfoto’s van een criminele hoofdstad. Indringend, technisch perfect. Past in een traditie van grote reportagefotografen.
Adam Patterson met ‘Another lost child’: indringende serie van een zwarte jongen uit een buitenwijk van Londen, die enerzijds tegen gangs aan hangt en anderzijds zijn tedere kanten laat zien als vader van een jonge zoon; met fantastisch ondersteunende teksten die uitdrukking geven aan zich miskend voelen, stoer doen en vooruit willen komen. Jammer dat de teksten niet in de catalogus staan, ze voegden veel toe. Zo’n sterke ondersteuning van foto’s door tekst heb ik zelden gezien.
Aïda Muluneh met ‘Ethiopia past/forward’: technisch perfecte en indringende portretten van Ethiopiërs. Weer iemand die de techniek ten volle beheerst. Dat zie je op Noorderlicht gelukkig heel veel. Zelfs in de felle zon zijn de witten doortekend en de zwarten lopen niet dicht. De composities zijn geweldig.
Laurence Leblanc met ‘ Dithy, Chéa, Kim Sour et les autres’. Bewust onscherpe foto’s uit Indochina (?); sommige heel sterk, daarbij krijg je een droomwereld voorgeschoteld waarin suggesties worden gegeven. Bij andere foto’s heb ik twijfel: is er voldoende herkenning?
David Damison met ‘Dockers de Pont-Noire’. Zwartwitportretten van arbeiders uit een havenstad in Congo. Trotse mannen. Mooie stofuitdrukking. Middenformaat. Gave zwartwitprints. Ook hier draagt de beheersing van de techniek enorm bij aan de zeggingskracht van het beeld.
Mark Nozeman presenteert met ‘Belgrade belongs to me’ een sterke serie van jongeren in Belgrado. Stijlvast. Fraaie helderheid in de foto’s. Kleurverzadiging teruggeschroefd. Eigentijdse uitdrukking in het beeld.
Tim Hetherington is vertegenwoordigd met foto’s van slapende soldaten. Maar dat is niet alles. De beelden worden geprojecteerd in combinatie met video (en audio) van hun inzet overdag. Op drie schermen geprojecteerd krijg je een indruk van wat de soldaten meemaken. Een van hen raakt in shock; heel levensecht en verbijsterend hoe zo’n grote sterke man zo de weg kwijt kan raken.
Verder natuurlijk de foto’s van Palestijnse fotografen, verzameld door Stuart Franklin. Heel betrokken en diep menselijk, niet propagandistisch wat ik had gevreesd. Maar ik ben wel benieuwd naar de tekst van Franklin die door Associated Press is weggecensureerd.
Ook geweldig om te zien: het grote overzicht van Teun Voeten.
En ik heb weer wat meer waardering voor een conceptuele aanpak. Dat Susan Meiselas haar foto’s van het Nicaraguaanse verzet van dertig jaar geleden op grote doeken liet afdrukken en die een paar jaar geleden in Managua ophing op de plaats waar ze gemaakt zijn om de reacties van voorbijgangers vast te leggen was boeiend. Jammer dat je zo weinig tijd hebt om de video’s af te kijken. En de pasfotocollectie uit Beslan van Anastasia Khoroshilova is een bonte collectie van fotostijlen, kapsels, kleding, gebruik van make-up, gouden tanden, achtergrondjes, rituelen (te zien in de feestelijke dracht van kinderen) waardoor een hele gemeenschap in beeld wordt gebracht. Uiteindelijk misschien eerder antropologisch dan fotografisch, maar wel een interessant fenomeen.
Fotoreflectie deel 2
Deze week ontving ik van cursuscoördinator Pieter van Leeuwen een goedkeurende reactie op mijn afstudeeropdracht voor de HBO-Leergang Fotoreflectie. Ditmaal met betrekking tot de richting Rondleider/Recensent, nadat ik in juni de richting Docent al heb afgerond. Dat betekent dat ik in december mijn tweede certificaat ga krijgen.



